1994

Ik was 14 in 1994, en ik vond mezelf al echt een vrouw van de wereld. Het was het jaar waarin ik brugpieper af was, waarin ik contactlenzen kreeg en de wereld om me heen letterlijk scherper zag.

The Tombstones

In 1994 had ik een groepje vriendinnen uit allerlei verschillende landen. We praatten over zware onderwerpen die je niet zou verwachten bij zulke jonge meiden. Allemaal hadden we op jonge leeftijd al het nodige meegemaakt en vonden we niet altijd aansluiting bij andere schoolgenoten, die het alleen maar over verkering, merkkleding en make-up hadden. Het leverde ons in de wandelgangen de zwartgallige naam The Tombstones op, en we beschouwden dat als een geuzennaam. We wisten ook zeker dat we altijd bij elkaar zouden blijven, totdat we oud en grijs zouden zijn.

Zoals elke puber had ik zo mijn onzekerheden en liepen er een paar dingen niet zo lekker in mijn leven. Ik had het zwaar dat jaar, en ik vroeg me af of het ooit wel goed zou komen, en of iedereen zich wel eens zo voelde als ik me met vlagen voelde.

’Does anyone care?’

In dat jaar zou ik mijn muzieksmaak uitbreiden met wat destijds Britpop, grunge en folkrock werd genoemd. Ik keek naar Top of the Pops op de BBC om bij te blijven en kocht elke week een CD-single bij de plaatselijke platenzaak. Op een dag hoorde ik ‘Zombie’ van The Cranberries en ik had nog nooit een zangeres met zo’n hypnotiserende stem gehoord. Over smaak valt te twisten, maar ik was meteen gek op de stem van Dolores O’ Riordan. Niet lang daarna zou hun 2e single uitkomen: Ode to my family. Ik leende hun CD bij de bieb en nam hem over op een cassettebandje.

D’you see me, d’you see
Do you like me, do you like me standing there
D’you notice, d’you know
Do you see me, do you see me
Does anyone care?

Dat liedje leek voor mij geschreven. Het was alsof ze precies begreep waar ik mee zat, als 14-jarige vol twijfels, maar ook met het diepe verlangen om ooit uit te kunnen vliegen en mijn eigen stem te ontdekken. Een stem die misschien van een andere timbre was dan de vertrouwde stemmen van mijn familie, maar toch afkomstig uit hetzelfde nest. Het is altijd een dierbaar nummer voor mij gebleven en het was eerste nummer dat in mij opkwam toen gisteren bekend werd dat ze onverwacht was overleden.

24 jaar later is mijn vriendengroepje van school uit elkaar gevallen. Op social media zag ik een tijd geleden dat iedereen goed terecht is gekomen. De pubers van weleer zijn allemaal moeder geworden en verspreid over verschillende landen. We zijn uitgevlogen en hebben allemaal eigen gezinnen. Wie weet ontmoeten we elkaar ooit wel weer als we uit de tropenjaren zijn. Wie weet blijft het bij deze dierbare herinnering uit een ander leven.

Ik mijmer nog wat na en voeg ondertussen het gehele oeuvre van The Cranberries toe aan mijn favorieten op Spotify. Misschien heeft mijn dochter er straks wat aan als ze 14 is.

Filed under Dochterlief vertelt
Author

Romy (1980) schrijft alles op in 1 van haar 1000 notitieboekjes in de hoop zo ooit een boek te creëren. Ze is gek op series kijken, boeken lezen, hard meezingen met de radio (wel als ze alleen is) en lekker eten. Verder is ze gelukkig getrouwd en heeft ze een dochter van 4 jaar, haar inspiratiebron voor deze blog.

7 Comments

  1. Ik ben precies even oud, en dat nummer was voor míj geschreven 😉 Ik weet nog dat ik dat nummer voor het eerst hoorde.

  2. Ik vond Zombie ook leuk, totdat ik naar een andere school ging en iemand vond dat The Cranberries niet cool waren. Vond het altijd wel een leuke band, luisterde het onlangs nog op Spotify, maar dankzij dat meisje geen herinneringen. Janneke heette ze. Dat was de herinnering 😉

Geef een reactie