Chaotisch zijn is een talent

Wat zou ik toch graag super georganiseerd willen zijn. Zo’n persoon die ‘alles wel even regelt.’ Die vaste schema’s heeft voor boodschappen doen, wasjes draaien en de ramen lappen. Die alle belangrijke verjaardagen en jubilea uit haar hoofd weet. Gestructureerd zijn is een zegen, denk ik. Maar chaotisch zijn een talent. En ik heb het niet van een vreemde.

Afgelopen weekend was ik met mijn ouders, man en Elise in de Apenheul. We doorstonden de gure wind en de incidentele regenbuien. Keken samen met wat wel 100 andere mensen tegelijk leken naar de oerang-oetans in hun verblijf.

Trotseerden nog wat gure wind en buien. Keken naar nog meer apen terwijl Elise alleen maar oog had voor de denne-appels en takjes op de grond. Schaften uiteindelijk een seizoenskaart aan, want wat is het toch een geweldig park. En daarna voltrok zich onderstaand tafereel.

Van zen naar chaos in 3 seconden

 

Mijn man en vader stonden in de rij om te betalen voor het parkeren terwijl ik met mijn moeder en Elise de gekochte en gekregen dingen bekeek en besliste wie welke foto zou houden. Halverwege riep mijn vader opeens dat iemand zijn pinpas had vergeten. Hadden wij gezien wie er voor hem moest betalen?

‘Euh, pa. Ik zeg waarschijnlijk iets heel geks nu, maar JIJ misschien, aangezien jij achter hem stond?’

‘Het was een oudere man. Denk ik.’

‘Maar hoe zag hij eruit dan?’

‘Ja….zo’n oudere man. Met eh, haar.’ En hij drukte de vergeten pinpas in mijn moeder’s handen. Wij zagen een man met gezelschap in aardig sportief tempo weg lopen, maar die was niet oud. Mijn moeder trok toch een sprintje, omdat mijn vader dacht dat dit hem wel eens kon zijn. Nu kunnen jullie je voorstellen dat we het hier niet hebben over een lullige parkeerplaats, maar eentje van aardig formaat. Mijn moeder klampte de man aan, maar hij had zijn pinpas nog. Er reden al auto’s richting de uitgang.

‘Hoe zag hij er nou uit?’ siste mijn moeder toen ze de 5 kilometer terug naar ons had afgelegd. ‘Ja, hij was volgens mij wat ouder.’ ‘Haarkleur?!’ vroeg mijn moeder lichtelijk geïrriteerd. ‘Donker haar.’ zei mijn vader op twijfelachtige toon. ‘Er rijden al wat auto’s weg!’ voerde ik de druk nog wat verder op, waarop mijn moeder naar de slagbomen rende en daar auto’s begon aan te houden.

‘Ow nee, ow nee!’ 

 

Ondertussen werd Elise een tikkeltje overprikkeld van de situatie en deed ze een duit in het zakje door heel hard: ‘Maar waar is MIJN pas?! MIJN PAS MAMA!’ te roepen. Lichtelijke paniek bij mij, want waar had ik in godsnaam de net aangeschafte seizoenskaarten gelaten? En zag ik mijn man nou ook opeens vastberaden een totaal andere richting dan onze auto uit lopen? ‘Ow nee, ow nee!’ vatte Elise de situatie krachtig samen.

Koortsachtig doorzocht ik 3 tassen en mijn jaszakken. ‘Maar hoe zag DIE MAN ER NOU UIT PAPA?’  riep ik ondertussen lichtelijk overspannen. ‘Ik weet het gewoon niet meer,’ zei hij verstrooid. Mijn man was opeens weg, mijn moeder stond vreemde automobilisten te stalken en ondertussen begon Elise ‘En ik ben mijn nieuwe knuffel OOK KWIJT mama! WAAR is die?!’ er doorheen te tetteren. Mijn brein deed *poef* en ging in staking.

Eind goed, al goed

 

Heel veel meters verderop zag ik mijn man praten met een andere man. Een oude man, met grijs haar en een brilletje. Mijn man is niet zo van het chaotische inclusief wilde gebaren en bijbehorende stemverheffingen, dus het kostte een spelletje ‘Hints’ van mijn kant voordat ik me realiseerde dat hij de eigenaar van de pinpas gevonden had.

Mijn moeder kon mensen weer laten doorrijden (‘Fijn schat, nu denken ze helemaal dat ik gestoord ben.’) en de oudere man was na een uitgebreid gesprek – hij was wat verstrooid- toch wel blij dat zijn pinpas terecht was. Pas daarna kwamen we tot de logische conclusie dat we de pinpas ook bij de receptie hadden kunnen achterlaten.

Er volgde nog even een chaotische discussie (‘Hij was dus grijs en ECHT oud!’ ‘Ja dat zei ik, een OUDERE man.’) waarop Elise helemaal hyper tussendoor begon te gillen waar HAAR PASJE nou was, en HAAR KNUFFEL, en WAT er nu ging GEBEUREN? Uiteindelijk kregen we haar dan toch gekalmeerd de auto in en eindigden bij de plaatselijke gele M, waar iedereen helemaal leeg en vermoeid zijn menu verorberde.

Tjongejongejonge. Jullie zijn echt…bijzonder.’ zei mijn man in de auto terug naar huis. En dat zijn we. Chaotisch zijn is echt een groot talent. 

Filed under Dochterlief vertelt
Author

Romy (1980) is familiemens, multi-tasker, en bovenal schrijfster in hart en nieren. Ze is gek op series kijken, boeken lezen, hard meezingen met de radio (wel als ze alleen is) en lekker eten. Verder is ze gelukkkig getrouwd en heeft ze een dochter van 3 jaar, haar inspiratiebron voor deze blog.

5 Comments

  1. Haha, ik lig helemaal dubbel hier, zo herkenbaar! Toen mijn man voor het eerst met mijn vader in de auto ergens naartoe ging, reed m’n vader al kletsend rustig door rood. Dat gebeurt zelfs mij niet zo héél vaak. Gelukkig zit m’n man dan vaak naast me haha.

  2. Haha ik kan hier heel hard om lachen als visualiserend persoon.
    Maar het tegenovergestelde is ook echt geen zegen hoor…. dat ben ik en ik ervaar het totaal niet als een zegen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *