De engelen van het ziekenhuis

In het ziekenhuis voel ik me altijd zo klein, kwetsbaar en overgeleverd aan het lot. Ik blijf er dan ook bij voorkeur zo ver mogelijk vandaan, maar die keuze heb je nou eenmaal niet altijd.

Gelukkig zijn er in het ziekenhuis talloze mensen werkzaam die het leed helpen te verzachten, je niet behandelen als een nummer en met je mee voelen en daar ben ik zo dankbaar voor dat ik ze weleens gekscherend ‘de engelen van het ziekenhuis’ noem.

De stoere nachtzuster 

Zo herinner ik me de verpleegster die nachtdienst had toen ik tijdens mijn zwangerschap vanwege pre-eclampsie was opgenomen in het ziekenhuis. Ze kwam net binnen op het moment dat ik uit angst een blokje om had willen gaan op zoek naar gezelschap, want ik lag me in mijn eentje op een grote stille kamer zorgen te maken.

Ze was lang en groot en had een no-nonsense houding. Haar lange bruine haren droeg ze in een praktische staart en na het meten van mijn bloeddruk nam ze op een stoere en bijna mannelijke wijze plaats in de stoel naast mijn bed.

‘Hoe gaat het?’ vroeg ze met een knikje richting mijn buik, waarin mijn dochter zojuist een pyjama-party was gestart. Ik zei dat het naar omstandigheden redelijk ging maar dat ik me wel afvroeg hoe ik in vredesnaam een kind ter wereld moest brengen.

‘Heb je een zwangerschapscursus gedaan?’ vroeg ze. ‘Nee,’ antwoordde ik beschaamd. Ik had absoluut geen behoefte gehad aan yoga-oefeningen, ademhalingstechnieken en theekransjes met mede-zwangeren.

’Daar heb je ook helemaal niets aan.’ zei ze vastberaden. ‘Elke bevalling is anders. Je lijf neemt het over en verder moet je gewoon vertrouwen hebben en op het beste hopen. Plus, je bent al in het ziekenhuis. Je hoeft dus niet meer halsoverkop hier naartoe gebracht worden. Jij kan dit. Dit weekend heb jij je baby, let maar op!’

Ze wenste me sterkte en vertrok. Waarschijnlijk had ze het niet gemerkt, maar ze had me precies gegeven waar ik behoefte aan had: een simpel en nuchter advies. En dat was fijn, want ik had door al het medische gedoe dat al een zware wissel op mijn mentale toestand had getrokken geen zin in nog meer emotionele uitbarstingen.

De moederlijke anesthesist 

Fast forward naar enkele jaren later. Ik was door de anesthesist opgehaald voor een onderzoek waar ik bloednerveus voor was. Ik had de hele nacht geen oog dicht gedaan en was de week ervoor drukker geweest met het geruststellen van anderen dan met het geruststellen van mezelf. Dat ging me overigens prima af, vond ik. Alleen het verplichte praatje met de arts en dat stomme infuus nog en dan zou het allemaal snel achter de rug zijn.

De anesthesist had grijzend, krullend haar, begripvolle blauwe ogen en een moederlijke houding waarmee ze ongewild een gevoelige snaar raakte. Ze keek me diep in de ogen. ‘Heb je goed geslapen vannacht?’ vroeg ze lief. Ik brak. ‘Nee, dat heb ik niet!’ zei ik vanuit mijn tenen.

Ik had me de hele week zitten opvreten tot aan het moment in kwestie en de beren op de weg waren inmiddels een kudde Grizzlyberen geworden. Ik was als de dood dat ik wakker zou worden tijdens het onderzoek en tegelijkertijd bang dat ik nooit meer wakker zou worden. Of dat ik vreselijk nieuws te horen zou krijgen en mijn man en dochter uiteindelijk alleen zouden achterblijven.

De tranen stroomden over mijn wangen tijdens deze openhartige bekentenis, ik schrok er zelf van. ‘Sorry hoor,’ stotterde ik. Ik hield de boel vast erg op. De wachtkamer zat vermoedelijk vol.

Ze sloot het gordijn rondom mijn bed en hield mijn hand vast terwijl haar collega het infuus prikte. ‘Een hele normale reactie,’ zei ze begripvol. ‘En dan moet je hier nog nuchter naar toe ook, terwijl je je al niet lekker voelt.’

Vervolgens legde ze me de procedure stap voor stap uit. In de behandelkamer stelde de één na de ander zich voor. Ik kon ondertussen nog steeds niet stoppen met huilen. ‘Laat het gewoon lekker gaan.’ zei ze. Toen ze uiteindelijk het slaapmiddel in mijn infuus deed, zei ze: ‘En nu aan iets heel moois denken, hè?’

Ik toverde mijn dochter’s brede lach op mijn netvlies en zakte langzaam weg. Pas toen merkte ik dat ze de hele tijd haar hand beschermend op mijn schouder had gehouden.

Ik werd wakker gemaakt met goed nieuws. De grizzlyberen waren weer veranderd in Troetelbeertjes. Kwam het doordat zij even het engeltje op mijn schouder was? Wie zal het zeggen.

Filed under Dochterlief vertelt
Author

Romy (1980) schrijft alles op in 1 van haar 1000 notitieboekjes in de hoop zo ooit een boek te creëren. Ze is gek op series kijken, boeken lezen, hard meezingen met de radio (wel als ze alleen is) en lekker eten. Verder is ze gelukkig getrouwd en heeft ze een dochter van 4 jaar, haar inspiratiebron voor deze blog.

1 Comment

  1. Wat schrijf je toch mooi. Moet je eens iets mee doen joh 😉

    Ik heb gelukkig op mijn geboorte na nog nooit in het ziekenhuis gelegen, maar ik ken best veel mensen die in de zorg werken en dat is inderdaad een bijzonder soort mens waar ik veel respect voor heb. Ze hebben inderdaad iets extra’s.

Geef een reactie