Allermeest

‘Van wat hou jij het allermeest?’ vraagt ze, midden in een relaas over waarom zwarte slakken zwart zijn en bruine slakken bruin. (Haar mening: ze verven zich zelf van binnenuit, die slakken. Echt waar. Kan iemand zien wat ze in hun huisjes doen? Nou dan!)

Ik denk voor de vorm nog na. ‘Van schrijven!’ antwoordt ze zelfverzekerd. ‘En ik hou van tekenen.’ Stralend kijkt ze me aan. Er komt steeds meer groen in het blauw van haar ogen. Ik glimlach en knik. Dat klopt. ‘Van wie hou jij het allermeest, mama?’

Alle mensen die me vertelden dat je meteen onvoorwaardelijk van je kinderen houdt, geloofde ik nooit. Ik dacht altijd: ‘Wat als je kind het later nou grondig verpest? In de puberteit, of als volwassene? Als je kind van het vaste pad afwijkt, het gaat zoeken in de criminaliteit, iemand structureel pijn doet of om het leven brengt, hou je dan als moeder nog steeds onvoorwaardelijk van je kind?’

Het is niet moeilijk om onvoorwaardelijk te houden van dit bont uitgedoste meisje dat naast me loopt. Ze had zichzelf aangekleed: Snoopy t-shirt, hartjeslegging, goudkleurige sandaaltjes aan en een grote zonnehoed op. Het was al niet moeilijk om onvoorwaardelijk van haar te houden toen ik als een van de weinigen wist dat ik niet meer alleen was in mijn lichaam. Toen ik haar stem al hoorde terwijl ze er nog helemaal niet was. Haar schaterlach, zoals ze die jaren later zou lachen, drong in dat prille begin al op onbewaakte ogenblikken mijn hersenen binnen. De kleur van haar ogen klopt nu met hoe ik ze 5,5 jaar geleden voor me zag.

Zelfs op momenten dat ze me een spiegel voorhoudt en ik dingen zie die ik niet wil zien, Oost- Indisch doof is voor al mijn vragen, 50.000 woorden kletst in één uur tijd terwijl ze eindeloos mijn grenzen test, hou ik van haar.

Al vraag ik me wel eens af waar ik aan begonnen ben, als het een dagje niet zo lekker gaat door onze temperamentvolle karakters. Dan denk ik wel eens: ‘Ga ik niet een keer door de mand vallen als moeder?’ of ‘Is ze niet gewoon te mooi om waar te zijn?’ Geef ik haar genoeg, of juist te veel ruimte?’ ‘Kan ik haar vertrouwen en loslaten als ik haar laat spelen op het grasveld bij ons huis, laat staan als ze ooit op kamers gaat of naar de andere kant van de wereld zou willen verhuizen?’

‘Ik hou het meest van jou,’ zegt ze met de onverbiddelijke eerlijkheid die bij haar leeftijd past. ‘Ik weet ook wel dat je al getrouwd bent met papa, en soms zijn we boos op elkaar, maar we zijn wel allerbeste vriendjes. Kunnen we niet gewoon een keer alsof trouwen? In een mooie jurk en met echte ringen?’

Op dat moment weet ik dat ik de rest van mijn leven mijn best ga doen om altijd mijn liefde voor haar te blijven voelen en uitdragen, ook al zal het op sommige momenten misschien lijken alsof de liefde zoek is. Ook al zal ze stampvoetend naar boven gaan en zullen er deuren in mijn gezicht dichtgeslagen worden, zal ze ze me de stomste moeder ter wereld vinden en niets van mij begrijpen, ik zal altijd proberen dat huppelende meisje in hartjeslegging in haar te blijven zien.

‘Jij houdt het allermeest van mij, hè?’ zegt ze triomfantelijk, ook al zeg ik altijd dat ik evenveel van haar vader en haar houd. ‘Ik zie het aan je neus.’

Filed under Dochterlief schrijft
Author

Romy (1980) houdt van schrijven, lekker eten, lezen en mooie plekken. Schrijft momenteel eindelijk haar eerste kinderboek en bezit honderden notitieboekjes vol met nog meer verhalen.