Boekreview: Indo – Marion Bloem

Als fan van schrijfster Marion Bloem stond ik op de dag van de verschijning van haar nieuwste boek Indo op de stoep bij mijn plaatselijke boekhandel, waar ik mijn vooraf bestelde boek mee kon nemen.

Ik was ook van plan om naar de boekpresentatie te gaan, maar ten tijde van het uitkomen van het boek begon corona in Nederland om zich heen te grijpen. Elk nadeel heeft zijn voordeel: ik las Indo (461 bladzijdes) binnen een paar dagen uit, met de bedoeling om snel een review op de blog te zetten. Maar toen ik de laatste bladzijde om had geslagen, moest ik de inhoud echt even laten bezinken.

Waar gaat ‘Indo’ over?

Na de onafhankelijkheid van Indonesië zijn ruim 300.000 mensen naar Nederland gekomen. Aan de hand van haar persoonlijke familiegeschiedenis schetst Marion Bloem wat een Indo is en wat de geschiedenis van de Indische Nederlander behelst. Ze relativeert de Indische identiteit en trekt gelijkenissen met andere landen met een mestiezencultuur.

Wat is er zo waardevol aan die zogenaamde Indische cultuur en is er wel een Indische cultuur? Is het nodig om onszelf Indo te blijven noemen? In Indo wisselt Marion Bloem herinneringen en gebeurtenissen af, en geeft ze een verfrissende, heel persoonlijke blik op de huidige samenleving waarin ‘identiteit’ steeds meer een issue lijkt te worden.

‘Kijk, kijk, een Indo!’ zeiden mijn ouders en andere familieleden verheugd als ze op tv in een muzikant, presentator of sportfiguren een Indo-Europeaan meenden te herkennen. Hun stem klonk dan net zo blij verrast als wanneer voetbalfans hun voetbalheld op straat zouden ontdekken. Mensen die hun Aziatische achtergrond liever verbloemden of zich er voor schaamden ervoeren ‘Indo’ als een scheldwoord, maar voor mensen die trots waren op hun gemengde afkomst werd het een geuzennaam.’ Marion Bloem, Indo

Laat ik voorop stellen dat geen enkele familiegeschiedenis van Indische Nederlanders met elkaar te vergelijken is. Ik heb de Indische cultuur en mijn roots altijd erg ongrijpbaar gevonden en liet me in mijn zoektocht naar wat het inhield vooral leiden door mijn gevoel en mijn zintuigen: de smaak van het Indische eten, de geur die in de huizen hing van generatiegenoten van mijn grootouders en de diverse uiterlijke Europese en Aziatische kenmerken die mijn familieleden bezitten.

Het maakte dat ik me af en toe ontheemd voelde. Ik was zowel qua uiterlijk als qua familietradities en gewoontes ‘van alles wat’ en ik vond de verschillen tussen Nederlandse en Indische families erg groot, maar kon tegelijkertijd niet benoemen wat daar precies de oorzaak van was.

Als ik antwoord moest geven op de vraag: ‘Waar ben je nou echt geboren?’ en men geen genoegen nam met het antwoord: ‘Arnhem!’ zag ik de wenkbrauwen alleen maar verder omhoog gaan als ik probeerde uit te leggen dat ik niet Indonesisch ben en ook geen volbloed Nederlander. Dat alleen al geeft aan hoe weinig er überhaupt over de Indische cultuur en de koloniale geschiedenis bekend is. Niet alleen in Nederland overigens, maar ook langere tijd bij mezelf. Van veel dingen uit het koloniale verleden had ik geen idee.

Hoe goed ken je jezelf als je je ware familiegeschiedenis niet kent? Hoe kan je bepaalde dingen en gebeurtenissen een plek geven als je niet weet waar jij zelf ooit begon?

De eerste generatie Indische Nederlanders was erg gesloten. De dingen waar mijn grootouders trots op waren werden uitgebreid verteld, maar over een groot deel van hun roots en leven werd krampachtig en volhardend gezwegen. Die geheimzinnigheid, dat wat ‘niet verteld mocht worden’, heb ik altijd als een soort sluier om mijn familiegeschiedenis gevisualiseerd. Elke keer als ik een tipje van die sluier op wilde lichten, werd het nog strakker om alles heen getrokken.

Tegelijkertijd werd er met andere dingen gepronkt en werden bepaalde normen en waarden extra benadrukt, zoals bescheiden zijn, ‘altijd proberen beter te zijn dan de rest’, te allen tijde genoeg eten hebben om eventuele bezoekers mee te kunnen voeden. Daarmee was voor mij de kous nog niet af: waarom het ene wel uitgebreid etaleren maar het andere doodzwijgen? Ik ben er van overtuigd dat die geheimzinnigheid en het niet echt zichtbaar durven zijn lang kunnen doorwerken in een familiestamboom, maar ook dat er eindelijk een kentering gaande is.

Het goede nieuws is namelijk dat ik nog nooit zoveel initiatieven heb gezien van (derde generatie) Indische Nederlanders of heb gelezen over de koloniale geschiedenis en Indische identiteit als in de afgelopen jaren. Afgaand op die dingen zou je kunnen zeggen dat er aan de traditie van zwijgzaamheid en geheimzinnigheid eindelijk een einde is gekomen. Dat werd tijd, want ik wil mijn kind later een eerlijk verhaal over haar roots vertellen en geen geromantiseerde geschiedenis. Daar helpt dit boek zeker bij.

Indo heeft mij vooral als geheel geraakt. De persoonlijke en herkenbare verhalen, de zoektocht naar en de worsteling van Marion met haar identiteit en de vele historische feiten waar ze zich in heeft verdiept en waarmee ze haar boek ondersteunt zijn voor mij ontzettend waardevol.

Had het verhaal in minder woorden verteld kunnen worden? Misschien wel. Maar als je al zestig jaar bezig bent met het onderzoeken wat het betekent om een familiegeschiedenis te hebben in het voormalig Nederlands-Indië en durft te benoemen wat andere auteurs met eenzelfde geschiedenis altijd hebben vermeden, mag je wat mij betreft uitgebreid het woord nemen.

Indo is zowel online als in de plaatselijke boekhandel verkrijgbaar.