Buikhonger

Het is nog heel erg vroeg in de ochtend als ze naast me staat. Ze moest hoesten en had dorst. Na een slokje drinken wil ze even in ons grote bed. ‘Kom maar hier liggen,’ fluister ik en klop op de plek aan mijn rechterkant.

In de schemering zie ik haar hoofd heftig nee schudden. Ze kruipt over me heen en wurmt zich tussen mij en mijn man in, gaat met haar hoofd op mijn buik liggen en drukt haar rug tegen mijn arm aan. Ik aai haar rug, zij mijn buik. ‘Je buik grommelt,’ fluistergiechelt ze. Ze heeft gelijk, mijn buik voelt hol en leeg, alsof hij nooit meer verzadigd zal zijn.

5 jaar eerder

Even zijn we weer samen in het ziekenhuis. Het is de avond voordat ze geboren zal worden en ik kan niet slapen van de hoofdpijn. In gedachten praat ik met haar. Ik voel de vertrouwde bult aan de linkerkant van mijn buik. Ze beweegt wat, net alsof ze binnen een kussen heeft dat opgeschud moet worden.

‘Nog even en je zit niet meer in mijn buik,’ zeg ik haar. ‘Dan moeten we het samen gaan doen. Jij en ik. En papa. Wat raar, hè?’ Mijn buik zwijgt, uiteraard. ‘Ik vind het eigenlijk wel fijn dat je nu nog in mijn buik zit, want dat betekent dat je bij mij bent en ik je altijd kan geven wat je wil. Hoe moet dat als je eruit bent? Hoe weet ik dan wat je nodig zal hebben? Hoe moet ik zijn, wat voor moeder heb je nodig?’

Er kwam geen antwoord in de vorm van een beweging. Nacht na nacht had ze me uit mijn slaap gehouden omdat ze per se aan de linkerkant van mijn buik wilde liggen. Als ik het waagde om op mijn rechterzij te gaan liggen, brak ze de tent af. Als ik op mijn linkerzij wilde liggen trouwens ook. Er was voor haar slechts 1 optie: ik sliep op mijn rug, en zij uiterst links, met haar rug tegen mijn arm en haar billen tegen mijn hand.

Juist de avond voor haar geboorte gunde ze me mijn rust, maar ik zou de hele nacht wakker blijven liggen met steeds erger wordende buikkrampen die ik in mijn naïviteit niet als weeën herkende. Ik gaf de nasi van het ziekenhuis de schuld.

Samen

Toen dacht ik nog dat de geboorte van dit kind zou betekenen dat ze na het doorknippen van de navelstreng meteen weg zou vliegen, het leven tegemoet. Zo voelde het namelijk wel toen ze in mijn buik zat. Af en toe had ik het gevoel alsof ze eigenhandig een weg naar buiten aan het zoeken was, ongeduldig en rusteloos. Voor haar zou ik slechts een tijdelijk huis zijn.

Maar die nacht had ik haar nog even voor mezelf en sliep ze sereen tegen mijn linkerarm aan. Onze hartslagen klopten synchroon op het scherm van het logge apparaat aan de rechterkant van mijn bed. Het infuus druppelde en deed zijn werk. ‘We gaan het samen doen,’ vertel ik haar. ‘En wat er ook gebeurt, het gaat allemaal goed komen. Ik denk dat ik het kan. Jij dan?’

Ze kijkt me aan. ‘Mama?’ zegt ze. ‘Kunnen we misschien origami doen, samen? Vogels brengen geluk, maar ik wil een origami-kat. Ik heb het nog nooit gedaan, origami. Jij ook niet toch? Ik denk dat we het wel kunnen, samen.’

En ze schudt, draait en wurmt alsof ze een kussen aan de linkerkant van mijn buik opschudt, zucht en is zowaar een half uur lang even stil. Mijn buik houdt op met rommelen. Ik ben verzadigd.

Photo by Ray Hennessy on Unsplash

Filed under Dochterlief schrijft
Author

Romy (1980) droomde als kind al dat ze schrijfster zou worden, dus is nu eindelijk Haar Boek aan het schrijven. Ze is verder gek op series kijken, boeken lezen, hard meezingen met de radio (wel als ze alleen is) en lekker eten.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.