Dochterlief schrijft #7 krokodillen en overgave

Ik schrik wakker en zit nog half in een droom. Het was niet het het type droom waar ik lang in wilde vertoeven. Er kwamen een paar krokodillen in voor, die zich bevonden in een zwembad dat qua showgehalte zo in Studio 21 had kunnen staan.

De weg naar het zwembad toe is aan weerszijden verlicht en ik sta als enige volwassene in een rij met jonge kinderen. We moeten allemaal dat zwembad in, maar zowel de kinderen als het publiek lijken de krokodillen helemaal geen probleem te vinden. Als de badmeester wenkt dat het eerste kind erin mag, haast ik me naar voren en schreeuw ik dat dit toch echt niet kan. 

Een vlugge blik op mijn telefoon leert me dat het pas 1.30 is. Ik probeer weer te slapen, maar zodra ik mijn ogen sluit verschijnt er een man in mijn blikveld. ‘Hoi!’ groet hij me enthousiast. Ik negeer hem.

‘Pssst,’ zegt hij, als ik bijna echt in slaap val. ‘Lâmemetrust,‘ mompel ik, en trek mijn dekbed over mijn hoofd. ‘Je zou nu ook kunnen schrijven,’ zegt hij op verontwaardigde toon. ‘Ik bedoel, je bent duidelijk wakker, en je innerlijke criticus is nergens te bekennen. Ga ervoor!’

‘Mijn wekker gaat over 5 uur. Ga weg!’ probeer ik hem duidelijk te maken. Hij haalt zijn schouders op en verdwijnt. Ah. Rust, vrede en een zacht hoofdkussen. Ik dommel in.

‘Romy?’ hoor ik een bekende meisjesstem zeggen. Ik draai me demonstratief om. ‘Het is op zich niet heel belangrijk, maar ik heb misschien het perfecte einde van dat ene hoofdstuk. Je weet wel. Dat BELANGRIJKE hoofdstuk met mij erin waar je maar niet verder mee kwam. Hoe goed is dat?’

‘Parkeer dat einde maar ergens in mijn onderbewustzijn. Daháág.’

Ze zucht diep. ‘Ja, dat doe ik nu al een week maar je doet niet eens moeite om erbij te komen. Je negeert me gewoon.’

‘Dat doe ik niet. Vanmiddag ben je de eerste.’

‘Vanmiddag haal jij je dochter van school en ga je Mens Erger je Nieten met haar en haar vriendinnetje, en ijsjes eten. Ik ga wat anders doen vanmiddag, hoor.’

‘LAAT. ME. MET. RUST.’ Ze rolt met haar ogen en zucht dramatisch.

Na 5 minuten doodse stilte krijg ik een liedje in mijn hoofd. Een liedje uit de jaren 80. Ik kan het gewoon voor me zien, de setting van die ene scène, hoe de personages eruit zien en wat ze mee gaan maken. Personage drie zit op een bruine corduroy bank en bedient triomfantelijk een stereotoren die verdacht veel lijkt op die uit mijn jeugd. Maar ik moet slapen.

In de uren die volgen heb ik verschillende plot twists bedacht, ben ik er van overtuigd dat mijn hoofdpersonage een typische fan is van The Police en weet ik ook dat ik de eerste zin van het eerste hoofdstuk moet herschrijven. Het zit allemaal in mijn hoofd, ik hoef er maar voor te gaan zitten en ik kan er bij.

In het verloren uurtje dat ik overdag pak om verder te schrijven, is natuurlijk alle inspiratie weer weg.

Quote van Griet Op De Beeck uit de webinar van Brenda van Es

Voordat jullie me nu allemaal voor gek verklaren: dit is hoe mijn brein werkt als ik met schrijven bezig ben. Mijn personages zitten in mijn hoofd en dringen zich aan me op als ik ontspannen en ontvankelijk ben. De nachten zijn daar natuurlijk een uitgelezen kans voor.

Ik heb er wel eens aan toe gegeven. Zachtjes sloop ik dan mijn bed uit naar beneden, en begon in het holst van de nacht met schrijven. Eureka! Toegeven aan die eerste impulsen werkt! Maar los van het feit dat ik dan later op de dag aan een koffie-infuus moet, is het nou eenmaal een feit dat ik overdag amper toe kan geven aan die schaarse momenten waarop de inspiratie zich aandient. Te veel dingen op de to do list. Te veel afleidingen, al dan niet in de vorm van een 5-jarige stuiterbal die mijn aandacht wil.

Brenda van Es, wiens webinar ik onlangs volgde, leerde me dat je juist niet moet wachten op die inspiratie, en dat je de nachtelijke uren vooral moet gebruiken om te gaan slapen. Structuur is het sleutelwoord. Ga zitten, bedenk en beslis waar je over wil schrijven, en schrijf dat op. Het is de enige manier om echt een lijn in je verhaal te krijgen en niet alle kanten op te schieten. De enige manier om dat boek te realiseren en de wereld in te kunnen sturen.

Ik weet dat ze gelijk heeft. Maar ik hou er van om soms alle kanten op te schieten, net als mijn kleuter op het schoolplein. Omdat alles wat ik serieus opschrijf opeens echt wordt. Zwart op wit, potentieel geschikt om gelezen te worden door andere ogen dan de mijne. En dat vind ik eng, zelfs nu ik al 5 jaar mijn gedachten aan het digitale papier toevertrouw. Maar ja, wat zei Pippi Langkous nou over dingen die ze nog nooit gedaan had?

De schijnwerpers gaan aan, het publiek kijkt vol verwachting toe. Ik ga wel eerst. Misschien zien ze dan wat er zich werkelijk afspeelt. De krokodillen zwemmen op me af, maar ze zijn niet gevaarlijk, alleen nieuwsgierig. Ik sluit mijn ogen en spring.

(*Op een dromensite las ik deze uitleg:

If a crocodile or an alligator was in water or swimming, then this dream represents that you are happy about your life. Everything is just the way it is supposed to be and you wouldn’t change anything. Alternatively this dream could be a representation of a hidden desire you might have but you are too scared to express it. You actually see that expressing this desire would be natural and positive for you, but something is blocking you from expressing it.)

Photo by Ihor Saveliev on Unsplash
Filed under Dochterlief schrijft
Author

Romy (1980) houdt van schrijven, lekker eten, lezen en mooie plekken. Schrijft momenteel eindelijk haar eerste kinderboek en bezit honderden notitieboekjes vol met nog meer verhalen.