Een klein leven (dat telt) #2

Rotterdam, een mooie zondagmorgen. De zon schijnt uitnodigend en de temperatuur buiten is aangenaam. Ik ben te vroeg, en mijn instinctieve reactie is om binnen te gaan zitten. Ik stuur een Whats-app bericht naar mijn afspraak, bestel thee en wacht af.

Er komt een vrouw het terras op lopen en ik weet meteen dat zij het is. Ze gaat zitten, een energieke verschijning gekleed in opvallende kleuren. Haar ogen scannen iedere persoon die aan komt lopen, en de mensen die al op het terras zitten. Ze heeft mijn berichtje duidelijk niet gelezen. Onhandig pak ik mijn thee en tassen op. Mijn hart bonkt bijna mijn borstkas uit. Langzaam loop ik haar richting op, een serveerster rent op een drafje achter me aan. ‘Heeft u hulp nodig, mevrouw?’ Ik schud mijn hoofd. Nee, dit kan ik wel alleen, denk ik.

Haar ogen lichten op als ze mij in de gaten krijgt. Ze staat op en omhelst me. Het is alsof ik haar al jaren ken. Ze blijft naar me lachen, maar ik zie haar ogen vochtig worden.

Kleine dingen die de grote dingen bleken te zijn

‘Wat wil je weten?’ vraagt ze. ‘Je mag mij álles vragen.’ Gek genoeg heb ik helemaal niet veel vragen. Ik wil kleine, onbenullige dingen weten. Hoe was ze qua karakter? Uit wat voor nest komt ze? Wat waren haar interesses? Had ze een idool, een favoriet gerecht? Kortom: wat maakte mijn moeder mijn moeder?

Ze vertelt alles alsof het de dag van gisteren was. De herinnering aan mijn moeder doet haar lach alleen maar verbreden. Ik luister en ik zie ze voor me: twee kleine meisjes die kattenkwaad uithalen, mijn moeder onberispelijk gekleed en uitgedaagd door haar extraverte vriendin.

Ik zie ze langzaam opgroeien en tieners worden, zich afzettend tegen hun ouders terwijl ze The Who draaien op hun slaapkamer. Ze vertelt me over de jongens die de revue passeerden (‘Ze waren eigenlijk allemaal verliefd op je moeder’) de toekomstdromen, de passie voor kleding en make-up.

Als we langzaam richting het einde gaan, wil ik niet dat het verhaal stopt. Ik wil niet dat de toekomstdromen van dit mooiste meisje van de klas, die toevallig mijn moeder was, kapot worden geslagen door haar noodlot. Ik wil niet horen hoe uitzichtloos het was, hoe alle hoop vervloog en waarom alle liefde van de hele wereld niet genoeg was. Maar ik weet dat dit de realiteit was, dus ik luister ademloos naar haar.

‘Mijn beste vriendin,’ besluit ze geëmotioneerd, en ze wordt weer even dat meisje van toen. Ik pak haar hand en samen huilen we stilletjes over een klein leven dat nooit groot heeft mogen zijn.

De cirkel van het leven

In de trein terug naar huis zoek ik naar mijn afspeellijst op Spotify: er staan rond de 100 nummers op, dus daar moet ik het wel mee redden. Ik kijk naar mijn kleine handen en mijn slanke polsen, die zij meteen herkende: ‘Je hebt haar handen. En haar lach,’ zei ze zonder twijfelen. Dat komt door mijn voortanden, die ondanks het serieuzere beugelwerk weer eigenwijs vooruit staan, met een kenmerkend spleetje ertussen. De vorm van mijn mond is ook identiek aan die van haar.

Eerst weet ik niet waarom juist die opmerkingen me ontroeren. Dan besef ik waarom: mijn handen hebben getroost, gestreeld en eten bereid voor mensen waar ik van hou. Ze hebben andere handen geschud, mensen vastgehouden of juist weggeduwd.

Ze hebben mijn steeds boller wordende buik geaaid en een baby’tje in slaap gewiegd. Ze pakken nog elke dag de hand van mijn dochter stevig vast, kammen de klitten uit haar lange haren, kriebelen haar rug en vegen de tranen van haar wangen.

Die mond, die ik een groot deel van mijn leven gehaat heb – juist door die vooruitstekende tanden- heeft gelachen, gezongen, gekust, eindeloos gekletst en nieuwe gerechten geproefd. Diezelfde mond zegt nu waar het op staat en wat ik voel. Mijn handen en mond zijn doorgegaan waar mijn moeder niet meer kon en doen wat zij niet meer heeft kunnen doen.

Ik zet mijn Spotify-playlist op shuffle. Vrijwel meteen begint Lee Ann Womack te zingen.

Give the heavens above more than just a passing glance. And when you get the choice to sit it out or dance…I hope you dance.

En ik weet dat ik dat laatste altijd heb gedaan en altijd zal blijven doen.

‘U zit in de intercity naar Schiphol,’ hoor ik boven alle geluiden uit. ‘Ik wens u een goede reis.’

‘Goede reis,’ fluister ik onhoorbaar.

Photo by Andrea Tummons on Unsplash

Filed under Dochterlief schrijft
Author

Romy (1980) schrijft alles op in 1 van haar 1000 notitieboekjes in de hoop zo ooit een boek te creëren. Ze is gek op series kijken, boeken lezen, hard meezingen met de radio (wel als ze alleen is) en lekker eten.

4 Comments

  1. Lieve Romy, wat heb je dit toch weer prachtig geschreven. Wat lijkt me dat moeilijk en ontzettend mooi tegelijk om samen met de vriendin van je moeder verhalen op te halen over vroeger. Jij hebt een prachtige lach! Ik heb het nummer helemaal af geluisterd. Traantje weggepinkt.

  2. Mooi geschreven weer hoor. Zo goed wat je doet en ik hoop dat je er veel aan hebt. Het leven wordt weer een stukje groter in ieder geval 🙂

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.