Een klein leven (dat telt) #3

Het is 15 augustus, en ik kijk in mijn eentje naar de Indië-herdenking op t.v. Het is iets dat ik elk jaar doe, al dan niet vluchtig via een app op mijn mobiele telefoon. Maar ik kan de rust niet vinden om te herdenken, want ik voel me onrustig en mijn gedachten springen alle kanten op.

Het verhaal dat ik over een kleine maand in grote lijnen op papier wil hebben, loopt vast en ik heb mezelf juist een harde deadline gesteld. Ik kan wel gillen, dus ik dwing mezelf om de situatie te relativeren door te kijken en te luisteren naar de mensen die de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog in Azië hebben meegemaakt. Even met beide benen op aarde landen.

In het publiek zie ik mannen met Aziatische gelaatstrekken, met te dikke jassen aan en baseballpetjes op hun hoofden. Mijn opa liep er in zijn laatste jaren exact zo bij: altijd te warm gekleed, ook in de zomer, en zijn baseballpetje verving hij eens in de zoveel tijd voor een vers exemplaar als mijn oma geklaagd had over de vette waas die zijn Brylcreem in het hoofddeksel achterliet.

Allemaal familie

Ik denk terug aan de reis naar Indonesië die ik samen met mijn grootouders gemaakt heb, en hoe ik al op het vliegveld van Singapore, waar we een tussenstop hadden, verwonderd om me heen had gekeken. De mensen die ik zag leken allemaal familie. De amandelvormige ogen, de hoge jukbeenderen, de sluike donkere haren. Toch zag niemand er precies hetzelfde uit. Al tijdens deze eerste momenten op een ander continent pikten de mensen mijn grootouders en mij eruit, vroegen ze waar we vandaan kwamen en waar we naar toe gingen. ‘From Holland? But how come you look like us?’

Ook de mensen die ik tijdens de herdenking op t.v. zie voelen als familie. Ik betrap mezelf erop dat ik de gezichten waar de camera op inzoomt nauwkeurig bekijk. Sinds ik over mijn moeder ben gaan schrijven zoek ik automatisch op drukke plaatsen naar een gezicht dat op het hare lijkt, omdat ik soms het wonderlijke gevoel heb dat ik haar tot leven heb geschreven. En dan twijfel ik: wat heeft dat schrijven voor zin? Ze is er al heel lang niet meer, misschien moet ik haar in vrede laten rusten. Er ligt een mooie toekomst voor me in het verschiet, en met mijn heden is ook niets mis. Daar kan ik me beter op richten. Misschien komt het verhaal dat ik al jaren in mijn hoofd heb daarom wel niet uit de verf: het is al verteld, klaar, afgelopen.

Gesloten hutkoffers vol herinneringen

Dan vertelt Geert Mak tijdens de herdenking over de hutkoffer vol herinneringen aan het kamp, de koffer gevuld met een familiegeschiedenis die ergens afgesloten op zolder staat en waarvan hij precies weet wat er in zit. Talloze Indische families hebben dergelijke hutkoffers vol foto’s, dagboeken, ‘kampsouvenirs’ en tekeningen gemaakt op schaarse velletjes wc-papier in hun bezit. Het gros van die hutkoffers gaat niet meer geopend worden en de mensen die de bijbehorende verhalen het beste kunnen vertellen, ontvallen ons stuk voor stuk.

Er loopt een rilling over mijn lijf. Zij kunnen het niet meer navertellen, maar ík heb een stem. Ik heb een laptop, een goede woordenschat, en een passie. Ik kan en mág een verhaal vertellen. Misschien niet hun verhaal, maar wel een verhaal dat er toe doet. Over een klein leven dat telt.
Op t.v. lopen Wudstik en Wieteke van Dort naar voren voor hun optreden. Wieteke kijkt recht de camera in, en zingt.

Daar stond je dan, weer met je voeten op de aarde.
Je proefde van het leven, de kracht en de waarde.
Het kreeg weer inhoud, het kreeg weer zin.
Er kwam na het einde een nieuw begin.

Zonder er nog verder over na te denken bel ik het telefoonnummer dat ik al een maand geleden had willen bellen, en na drie kwartier hang ik verdwaasd, maar blij op. Het gesprek was niet eng of ongemakkelijk, het liep zelfs verrassend goed. De stem aan de andere kant van de lijn klonk vertrouwd, terwijl ik haar die dag voor het eerst hoorde.

‘Bedankt,’ zei de stem licht trillend aan het eind van het gesprek. ‘Bedankt dat je gebeld hebt. Kom je een keer langs? Het hoeft niet, kijk maar wat je zelf zou willen.’

Het verhaal kreeg weer inhoud, het kreeg weer zin. Er kwam na het einde een nieuw begin.

Photo by frank mckenna on Unsplash

2 Comments

  1. Wat lief, Lilian! Een verhaal wordt het zeker. In wat voor vorm en voor welk publiek is nog even zoeken.

  2. Ik had nog niet gereageerd, maar het bericht al wel gelezen. Ik vind dat je er zo mooi over kan schrijven, het kan bijna niet anders of dit wordt een heel mooi verhaal. Voor het grote publiek of alleen voor je dochter. Succes met je zoektocht!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.