Het belang van mijmeren en het beleven van schrijfavonturen

Op een zondagochtend sta ik in alle vroegte gereed op het station. In mijn tas zit een notitieboekje en een boek over romans schrijven, in mijn hoofd zit vooral snot. Voor de 2e keer ben ik ziek op de dag dat Schrijven Magazine hun Schrijfdag houdt.

Ik ga toch, net zoals ik vorig jaar deed. Het kaartje heb ik al maanden geleden besteld en ondanks dat mijn schrijfvuur in de loop van die weken langzaam gedoofd is, besluit ik er gewoon het beste van te maken. Er komen een aantal auteurs lezingen geven en ik kan altijd nog na de lunch huiswaarts gaan als de pijnstillers niet blijken te werken.

In de trein probeer ik wat te schrijven, maar er komt niets. ‘What was I thinking?’ denk ik gekweld. Dat ik nu opeens getroffen zou worden door een soort van goddelijke inspiratie? Ik schrijf niet, en ik lees niet. Ik staar uit het raampje, waar de bossen van de Veluwe langzaam veranderen in stedelijke gebieden en meren, en ik mijmer een beetje. Flarden van beelden vormen zich, en verdwijnen weer. Mijn schouders ontspannen, de hoofdpijn zakt.

‘Dit is niks.’

Eenmaal in Diemen ga ik meteen na een lezing van één van mijn favoriete schrijvers. Geert Kimpen leert mij en mijn medebezoekers alles over het schrijven van een inspirerende bestseller. Na de lezing verlaat ik met een grote grijns op mijn gezicht de zaal, want zijn enthousiasme werkt aanstekelijk.

Er zijn echter twee dingen gebeurd waar ik nog veel meer aan had dan aan de lezing zelf: voordat Geert van start ging, vertelde Frank Noë over hoe hij hem ooit interviewde en dat de auteur hem had toevertrouwd dat hij elke namiddag, na een paar uur schrijven, zijn werk overleest en denkt: ‘Dit is niks. Wat slecht, dit slaat helemaal nergens op.’ ‘DANKJEWEL!’ riep iemand naar het podium en ook ik slaakte een zucht van verlichting.

Voordat de lezing begon was ik naast een vrouw gaan zitten die alleen was. Ik legde haar uit hoe er vorig jaar interactie met je collega-schrijvers werd verwacht en vroeg haar of ze het leuk zou vinden om dit samen te doen. Ze reageerde positief verrast. We hadden een interessant gesprek waarin ze mij vertelde dat ze een paar familieverhalen had uitgeschreven en in eigen beheer had laten afdrukken. ‘Niet voor publicatie hoor,’ zei ze. ‘Ik kwam ook best wat privacygevoelige dingen tegen en ik wist niet zeker of mensen er problemen mee zouden hebben.’

Ik vertelde haar over hoe ik mijn eigen familiegeschiedenis aan het uitpluizen ben en dit opschrijf voor mijn dochter, en zoekende ben naar de juiste vorm en inhoud. Ze vertelde dat ze voor elk van haar kinderen een persoonlijk boek heeft geschreven voor later en raadt mij aan om dat in ieder geval te doen. Ik vraag me hardop af hoe ik dat moet aanpakken. Een handleiding zou fijn zijn.

Jouw verhaal is daar ergens

De tweede lezing die ik bezoek is van Thomas Verbogt, wiens werk ik niet ken. Ik luister naar zijn staat van dienst en denk: ‘Hier ga ik me geïntimideerd door voelen. Een lezing van zo’n succesvolle auteur werkt vast averechts voor mijn inspiratie.’ Het tegendeel is waar, want Thomas pakt mij en de hele zaal in. Hij strooit niet met termen als ‘succesvol’, ‘scoren’ of ‘literaire prijzen winnen.’ In plaats daarvan vertelt hij kort over zijn jeugd, die niet alleen maar rooskleurig was.

Hij vertelt over hoe hij als klein jongentje begon te schrijven en ontdekte hoe hij kon ontsnappen aan zijn eigen werkelijkheid en tegelijkertijd een geheel nieuwe realiteit kon creëren. Over hoe hij van hele simpele dingen inspiratie krijgt, en zich bij elke persoon die hij op straat ziet lopen afvraagt: ‘Zou mijn personage ook zo’n jas dragen? Drinkt hij koffie of thee? Hoe praat hij eigenlijk, loopt hij soepel of gehaast?’ Hij raadt ons aan om juist over dat soort kleine dingen te schrijven.

Ga op pad, is zijn advies. Ga een eindje lopen en kijk naar de mensen, gebouwen en situaties die je tegenkomt. Kan je daar een verhaal over schrijven? Kom je iemand tegen waarvan je weet dat hij of zij het uiterlijk van jouw personage heeft? Die inspiratie moet je actief zoeken. Jouw verhaal is daar ergens, buiten de muren van je vertrouwde omgeving. Het komt vanzelf naar je toe als je je er serieus mee bezig gaat houden.

Vervolgens leest hij als voorbeeld een stukje voor uit een eigen roman en krijgt nog net geen staande ovatie. Verlegen neemt hij het applaus in ontvangst. Het ontroert me, want ik heb zojuist voor het eerst van mijn leven gehoord dat het volkomen normaal is om zo te denken als ik doe. Thomas doet precies hetzelfde, en kijk wat het hem gebracht heeft en nog steeds brengt. ‘Het schrijven van een boek draait niet om het schrijven alleen,’ besluit hij. ‘Het gaat ook om het mijmeren, om kleine details, en om de beleving. Mijmeren is belangrijk, want dan krijg je mooie ingevingen! Schrijven is en blijft een geweldig avontuur waarvan je op voorhand niet weet hoe het gaat eindigen.’

Toeval bestaat niet?

Na de lezing bedenk ik me dat ik een gratis schrijfboek op mag halen omdat ik me vroeg had ingeschreven voor deze dag. Ik ben alleen vergeten wat de titel was. ‘Alsjeblieft!’ zegt de jongen achter de stand, en overhandigt me een boek met de titel ‘Zo doe je dat, je levensverhaal schrijven.’ Het is een boek dat gaat over het schrijven van familieverhalen en autobiografieën. Ik tref de vrouw van de eerste lezing in de rij voor de lunch. ‘Kijk nou,’ zeg ik, en zwaai met mijn boek. ‘Dat is ook toevallig!’

‘Ik geloof niet in toeval,’ zegt ze.

In de trein terug krijg ik weer geen letter op papier. Ik sla mijn notitieboek dicht, kijk uit het raam en zet mijn mijmermodus aan, klaar voor nieuwe ingevingen.

Filed under Dochterlief schrijft
Author

Romy (1980) schrijft alles op in 1 van haar 1000 notitieboekjes in de hoop zo ooit een boek te creëren. Ze is gek op series kijken, boeken lezen, hard meezingen met de radio (wel als ze alleen is) en lekker eten.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.