La belle vie

Het hotel was volgeboekt, wist de receptionist ons te vertellen. En alle hotels in de omgeving ook. Hij had nog wel een ‘magnifique’ zolderkamer beschikbaar.

Jong en onbezonnen als we waren, gingen mijn man – toen nog vriend- en ik daar mee akkoord. We hadden kunnen weten dat er een addertje onder het gras zou zitten; de busreis naar Parijs voor twee personen inclusief de accommodatie was zelfs voor studentenbegrippen spotgoedkoop geweest.

De geur van nostalgie

Toen we de zolderkamer binnenkwamen sloeg de geur van nostalgie ons in onze gezichten: een mix van oud bloemetjesbehang, muffe lakens en een licht beschimmelde badkamer. Gelukkig hadden we onze badslippers mee. De receptionist gaf de tweede keer aan dat we het altijd ergens anders konden proberen als we alleen maar klachten hadden. Bienvenue a Paris!

Ik was al meerdere keren in Parijs geweest, hij nog nooit. De verweerde kamer mocht de pret en de romantiek niet drukken. We gingen naar de reisleider van de groepsreis om ons af te melden van alle excursies; wij gingen alleen op pad.

De reisleider vond het belachelijk en onbeschoft dat we zijn expertise van de stad in twijfel trokken. Wij hadden echter niet meer nodig dan elkaar, een metrokaart en een reisgids en legden uit dat we de stad in ons eigen tempo wilden bekijken. Hij was er van overtuigd dat we ons op een gegeven moment weer bij de groep zouden aansluiten.

Warme croissantjes, trekpleisters en zoveel meer

Terwijl de bus met daarin ons reisgezelschap vertrok naar excursie nummer 1 van de lange lijst, gingen wij naar de eerste de beste bakker die we tegenkwamen om verse, warme croissantjes te halen. We aten ze op terwijl we tegen een muurtje aanleunden en over de Seine naar de imposante gebouwen keken. Perfecter kon het eigenlijk al niet.

De bus stond nog steeds in de file; we zwaaiden, maar alle hoofden gingen als op commando in een soepele beweging de andere kant op.

In de dagen die volgden zagen we alle trekpleisters van de stad, en zoveel meer. De Eiffeltoren,  de Arc de Thriomphe, de Notre-Dame en Centre Pompidou wisselden we af met onbekendere plaatsen. Lukraak kozen we een metrostation uit om uit te stappen en kwamen zo in de wonderlijkste buurten terecht. We ontbeten in zaakjes waar geen enkele buitenlander te bekennen was, we slenterden over pleinen, marktjes en kleine straatjes.

We keken naar de artiesten op Montmartre, doken een plaatselijke studentenbar in en deden mee aan Happy Hour en zagen tot slot de zon ondergaan op de trappen bij de Sacre Coeur. Parijs was zelden mooier dan toen en het uitzicht vanuit ons beduimelde zolderkamertje bevestigde dat beeld alleen maar.

Als we ‘s avonds in het hotel mensen uit ons reisgezelschap tegenkwamen die ons vertelden dat we die dag echt wat gemist hadden, schudden wij onze hoofden. Wij hadden la belle vie in Parijs geleefd door het zelf te ervaren en niet door als een stel kuikens de moederkip achterna te rennen.

Daar moest ik aan denken toen ik gisteren met een brok in mijn keel op tv keek naar de beelden van de vuurzee die de Notre-Dame verzwolg. Aan beduimelde hotelkamers, kortzichtige reisgezelschappen, maar vooral aan adembenemende uitzichten, voortreffelijk eten en imposante gebouwen in de stad van de liefde.

Ik bedacht dat de liefde zelf eigenlijk ook wel iets weg heeft van een historisch gebouw dat steen voor steen wordt opgebouwd, af en toe in vuur en vlam staat, soms uitbrandt en vervolgens weer uit de as herrijst. La vie est belle en de liefde blijft onverwoestbaar mooi, ook na het blussen.

*Alle foto’s zijn exclusief uit de privécollectie van Dochterlief & co en tonen o.a. het echte uitzicht uit de zolderkamer van toen.

Filed under Dochterlief schrijft
Author

Romy (1980) houdt van schrijven, lekker eten, lezen en mooie plekken. Schrijft momenteel eindelijk haar eerste kinderboek en bezit honderden notitieboekjes vol met nog meer verhalen.