‘Mama, ik wil graag een zusje.’

Het was een opmerking waar ik me al maanden op had voorbereid, want het hoort er nou eenmaal bij. De tweede kindjes worden in overvloed geboren in onze omgeving en dat ontgaat ook onze dochter niet.

De Opmerking

Daarom krijgen wij hier eens in de zoveel tijd De Opmerking: ‘Ik wil graag een zusje.’ ‘Waarom dan?’ vragen man en ik belangstellend. ‘Op de opvang heeft ook iedereen een zusje,’ zegt ze met een pruillip. ‘Maar ik niet.’

Ze heeft een punt. De toename van de hoeveelheid geboortekaartjes op de muur van het kinderdagverblijf is ook mij niet ontgaan. In haar groep van 12 kinderen is ze volgens mij 1 van de 2 kindjes zonder broers of zussen. Op de vrijdag zit ze samen met de baby’s en dat vindt ze heel leuk. Ze is ook zo zorgzaam, zeggen de leidsters. Zo lief voor die kleintjes.

Anders

Mijn man probeert het vraagstuk vaak op een praktische manier aan haar uit te leggen. ‘Misschien hebben die kindjes weer niet zo veel Duplo als jij. Of niet zoveel opa’s en oma’s.’ Dan kijkt ze hem met grote ogen aan. ‘Dat is toch anders!’ zegt ze en vouwt demonstratief haar armen over elkaar.

Ik kijk naar het tafereel en denk: ja, het is ook anders. Duplo is geen zusje waar je veel mee kan delen en mee kan ‘samenspannen’ tegen je ouders. Of iets waar je ruzie mee kan maken, geheimen mee kan delen of kan imiteren.

Soms baal ik ervan dat mijn lichaam zo slecht was in zwanger zijn. Dat de risico’s op herhaling te groot zijn. Maar vooral dat mijn eierstokken nooit meer zijn gaan tikken na haar. Alsof het mijn schuld is dat mijn peuter deze volkomen normale opmerking maakt.

Als ik in een film een vrouw zie bevallen, denk ik terug aan mijn bevalling van haar. Als ik kleine baby’s zie heb ik heimwee naar mijn kind als baby. Ik zou bijna een moord willen begaan om even terug te reizen in de tijd. Heel even weer dat babylijfje tegen mij aan willen voelen. Alle eerste keren opnieuw beleven. Maar er tikt niets. Mijn eierstokken blijven stil.

Gezellig

‘Mama heeft ook geen zusje of een broertje.’ probeerde ik laatst. ‘Waarom niet?’ wilde ze weten. ‘Omdat opa en oma mama al heel leuk vonden. En ze het gezellig hadden met z’n drieën.’ Ze dacht even na. ‘Vind jij een zusje dan niet gezellig, mama?’ ‘Oh, vast wel. Maar mama vindt het nu al zo gezellig, met jou en papa samen.’ ‘Ik ook!’ zei ze glunderend.

Toen ze het later weer een keer over een zusje had, zei ik dat die later dan ook haar jurkjes zou willen lenen en met haar speelgoed zou willen spelen. ‘Dat doen zusjes, alles samen delen.’ Dat was een gevoelig punt en wat haar betref ook geen punt om te onderhandelen. Haar jurkjes zijn van háár en haar speelgoed ook.

Ik deed nog één laatste poging.

‘Wil je liever een zusje of een trampoline?’

‘Een trampoline.’

Soms maak ik het vraagstuk zwaarder en groter dan dat het voor haar is.

Photo by Joshua Clay on Unsplash

Filed under Dochterlief groeit op
Author

Romy (1980) schrijft eindelijk haar eerste kinderboek. Bezit honderden notitieboekjes vol met nog meer verhalen. Denkt af en toe dat ze nog steeds 25 is.

8 Comments

  1. Mooi beschreven. Ik zal dit ook ooit moeten uitleggen waarom ik/wij niet voor een tweede kindje zijn gegaan. Hopelijk is mijn dochter net zo begripvol dan krijgt ze
    Ook een trampoline of een glijbaan ?

  2. Wat heb je dat prachtig beschreven. Ik miste als kind ook een zusje, terwijl ik er wel een had. Maar omdat de zorg voor dat ene zusje zo groot was, besloten mijn ouders dat het bij twee kindjes bleef. Ik weet niet hoe het bij ons loopt, de toekomst zal het leren. Als kinderen maar genoeg vriendjes en vriendinnetjes hebben (of een trampoline), moet het goedkomen.

    • Dat lijkt mij ook heftig zeg, de situatie bij jou thuis vroeger. En inderdaad, wij hopen op veel vriendjes en vriendinnetjes. De trampoline gaat ze ‘zelf kopen van haar zakgeld’, dus dat is dan weer een zorg minder. 😉

  3. Haha, ik wilde vroeger ook altijd een zusje, maar ik zat opgescheept met twee broers. Ik denk kortom dat ook kinderen met (meerdere) broers of zussen wel eens iets anders willen.
    Denk overigens niet dat kinderen de hoeveelheid broers of zussen als ‘keus’ zien, maar gewoon als werkelijkheid. Net als de hoeveelheid opa’s en oma’s en het aantal nichtjes…

    • Goed punt, zo is het volgens mij ook: ze accepteren de situatie zoals die is. Kunnen sommige volwassenen nog wat van leren…

  4. Lijkt me best moeilijk.. als je kind het zo vaak benoemd en jij kunt/wilt niet meer.
    Maar zoals je zelf al zegt: soms maken wij het zelf zwaarder dan dat het is.

  5. Pff dat moet inderdaad een heftig vraagstuk zijn. Het lijkt nog allemaal zo simpel in de ogen van die kleine kinderen.

Comments are closed.