Me-time

Twee uur ‘s middags op een doodgewone dag. Ik sta gelaten te wachten bij een groep moeders die steeds drukker gaan praten. Hun handen maken bijbehorende wilde gebaren. Er staan welgeteld 6 kinderen om ons heen, waarvan er eentje van mij is.

‘Kan het?’ vraagt mijn kleuter hoopvol. ‘Geen idee!’ antwoord ik naar waarheid. Ik kijk nog steeds naar de rug van een moeder die ik tot op dit moment helemaal niet kende. Ze is de moeder van het jongentje dat mij nu met grote Bambi-ogen aankijkt. Hij wil met mijn dochter spelen en zij met hem, zo hebben ze samen beraamd onder schooltijd. Om de kans van slagen te vergroten hebben ze deze bom gedropt op een vol schoolplein.

Dat ik heb gezegd dat speeldates altijd ‘s ochtends bij het wegbrengen of bij voorkeur een paar dagen van tevoren moeten worden afgesproken, is mijn kleuter kennelijk alweer ‘vergeten’.

Ik hoor een van de andere moeders tegen haar kind zeggen dat het eigenlijk helemaal niet uitkomt dat ze vanmiddag wil spelen. Vrijwel meteen zet het meisje haar een na grootste troef in: De Pruillip. ‘Maar ik wil het NU!’ zegt ze. ‘Nou, laat K. dan even bij ons spelen. Dan kunnen we van daaruit meteen door naar zwemles!’ geeft haar moeder toe.

Het kost even wat moeite om het gesprek te volgen, maar het blijkt dat K. de zus van het jongentje met de Bambi-ogen is.

‘Maar ik wil bij K spelen!’ gilt het andere meisje. Meerdere argumenten worden op tafel gegooid. K. heeft een spacescooter en nieuwe strijkkralen en ze willen dit allebei het liefst van de hele wereld, want alle andere dingen zijn stom, en als de speeldate naar morgen wordt verplaatst vergaat de wereld over 5 minuten. Zo klinkt het ook, moet ik toegeven.

Naast ons herhaalt hetzelfde tafereel zich, maar dan met andere moeders en kinderen.

‘Kan het?’ vraagt het jongentje bij gebrek aan contact met zijn moeder dan maar aan mij. ‘Eh…’ zeg ik, de neiging onderdrukkend om te doen alsof mijn telefoon gaat en snel van het overvolle schoolplein weg te lopen. ‘Weet ik nog niet.’

‘We willen echt al heel lang spelen,’ zegt hij, en knippert nog even een keertje extra met jaloersmakend lange wimpers. Zijn moeder draait zich half naar ons toe, haar dochter kijkt haar wanhopig aan. Inmiddels is het kwart over twee.

‘Als jij nou vandaag een keer bij je vriendin speelt dan kan je broertje…’

‘Nee dat wil ik niet! Ik wil dat ze bij ons komt!’

‘Luister schat, je broertje wil ook eens een keer…’

Haar dochter en haar vriendin beginnen door elkaar heen te gillen. Ik verhef mijn stem om boven ze uit te komen: ‘Jongens, we spreken volgende week wel een keer af. ‘ Ik zet een stap richting de schoolpoort en maak een gebaar naar mijn kleuter dat ze mee moet komen. Die ziet de bui al hangen, rent zo hard als ze kan naar het klimrek en gaat er ondersteboven inhangen. ‘Zit vast!’ roept ze naar me. ‘Echt waar, kijk dan! O jee, o jee.’

‘Ja, weet je,’ zegt de moeder tegen mij. ‘Ik vind het eigenlijk heel sneu voor hem dat hij nooit kan spelen op de dinsdag. De rest van de week is al bezet met zwemles en de BSO.’

‘Nou,’ zeg ik met een grimas die inmiddels pijn begint te doen. ‘Beetje sneu, maar daar leert hij misschien ook…’

‘Het kan dus,’ zegt ze zuchtend. ‘Maar dan wel bij ons. Tot half 4, want zijn zus moet ook nog sporten.’

‘YAAAAAY!!!!’ roepen de twee kleuters. ‘Mama,’ roeptoetert de mijne. ‘Loop jij even gezellig mee zodat jij weet waar het is? Dan kan jij straks lekker even uitrusten!’

In een lange sliert lopen we naar de betreffende wijk. Ik kan concluderen dat A: bijna alle klasgenootjes in deze wijk wonen en B: dat alle klasgenootjes die in deze wijk wonen vandaag een speeldate hebben.

Binnen enkele minuten tijd vallen er twee kinderen van hun fietsjes, beginnen er drie te kleine broertjes en zusjes te huilen dat ze óók willen spelen en moeten ze allemaal een verdwaalde kat en drie tegemoet komende hondjes aaien. Het is vijf over half drie als we eindelijk voor het huis van de speeldate in kwestie staan.

‘Hebben jullie toch nog lekker een uurtje hè?’ zegt de andere moeder. Ik zie de uitgebluste maar hoopvolle blik in haar ogen als ze mij aankijkt en slik mijn irritatie in. Opeens realiseer ik me dat wat op mij overkwam als een gejaagd en chaotisch afspraakje, in werkelijkheid een teken van liefde naar haar beide kinderen toe is.

Mijn wandeling naar huis is vijf minuten, mits ik dat snelwandelend doe. Drie kwartier ‘me-time’, ook al moet ik er de benen voor uit mijn lijf lopen: het voelt opeens toch als een cadeautje dat ik moet koesteren.

Headerfoto door Marleen Sahetapy Fotografie

Filed under Dochterlief groeit op
Author

Romy (1980) houdt van schrijven, lekker eten, lezen en mooie plekken. Schrijft momenteel haar eerste kinderboek en bezit honderden notitieboekjes vol met nog meer verhalen. (Maar eerst dit boek maar eens afmaken.)

2 Comments

  1. Haha, ik heb ook altijd de regel dat afspraakjes van tevoren moeten worden afgesproken. Maar laatst kon het een keer op de bonnefooi en Anna vond het zo bijzonder 😉 Wat heb je gedaan met de me-time?

    • Ik heb zo mindful mogelijk een kop thee gedronken en naar een podcast geluisterd. 😉

Comments are closed.