Mevrouw prinses

Ik had die ochtend bijna zonder nadenken mijn oude, maar nog steeds niet versleten bikini in de tas vol handdoeken, zonnebrandcrème en versnaperingen gegooid. De kleuter ging uit haar dak van enthousiasme: zomaar met mama naar het natuurzwembad op een maandagochtend. Lang leve de studiedagen!

De bikini paste nog. Hij kwam uit een ander leven, een leven waarin ik ook al niet zo hield van het tentoonstellen van mijn witte zachte wintervel aan het publiek, maar vooral: een leven waar ik nog niet iemands moeder was. Ik ving een glimp van mezelf op in de grote spiegel van de garderobe, bleef staan en draaide een rondje.

‘Prima!’ dacht ik. Daar schrok ik zelf een beetje van. Prima? Schoot dat woord nou echt door het hoofd van de persoon die zichzelf altijd een beetje te mollig had gevonden voor haar lengte? Die steeds in de weer ging met zelfbruiningscrème om iets minder licht te geven in de eerste genadeloze zonnestralen? Die met haar armen voor haar buik, en het liefst ook voor haar borsten, richting het eerste de beste beschikbare plekje schuifelde – want ‘alles trilde altijd zo’ als ik liep?

Al snel vulde het veld zich met mensen in alle soorten en maten. Een grote groep pubers verzamelde zich vlakbij ons. De meisjes, rank en slank, maar ook met vollere figuren, droegen modieuze bikini’s. Hun armen en handen hadden het te druk met insmeren, het eten van ijsjes en het maken van selfies, en bedekten niets. Hun platte of bollere buiken waren vol in het zicht. Een voor een liepen ze langs ons heen, schouders recht, kin omhoog, hun heupen wiegend zoals alleen pubermeisjes dat kunnen.

Bij het restaurant stond ik met mijn dochter bijna vooraan toen ze met z’n allen aan kwamen  en langs ons heen richting de kassa’s liepen. ‘Jongens!’ riep een meisje. ‘Jullie kruipen voor. Die mevrouw staat al te wachten!’ De groep verontschuldigde zich en ging glimlachend aan de kant. ‘Sorry mevrouw.’

‘Mevrouw’ en ‘u’: het zijn woorden die ik steeds vaker tegen me hoor zeggen. Ik weet nog steeds niet of ik onder de indruk moet zijn van zoveel beleefdheid of juist verontrust moet zijn omdat ik definitief niet meer tot de jongeren behoor.

Zittend op de grond met onze lunch keek ik naar de rolletjes op mijn witte buik en de vele littekens. De zelfbruiningscrème was na het zoveelste oranje- vlek – incident in de prullenbak beland. Make-up droeg ik niet en mijn haar zat in een rommelig knotje. Mijn dochter telde de fijne witte streepjes op mijn dijen en de vele moedervlekken en sproetjes  op mijn gezicht en mijn rug. (‘Het zijn er wel vijftienhonderdmiljoen, mama.’)

Ik keek naar die ranke schoudertjes, de mooie lange nek en de tengere armen en benen in het roze regenboogbadpak. Hoe kon ik ooit een hekel hebben gehad aan een lijf dat zoveel puurheid en schoonheid heeft voortgebracht? Tevreden vouwde ik me om haar heen. Ik had en heb niets om te verhullen.

‘Ik ben verliefd op je moeder,’ hoorde ik een vriendje van mijn dochter tegen haar zeggen. ‘Ja duh, ik ook!’ zei ze. ‘IEDEREEN is verliefd op mijn moeder, weet je.’

Ze giechelde verlegen toen ik haar rozig en bezweet een kus kwam geven voor het slapen gaan. ‘Welterusten, mijn mooie prinses,’ fluisterde ze.

‘Mevrouw prinses,’ dacht ik terwijl ik heupwiegend de trap afliep. ‘Niet verkeerd.’

Filed under Dochterlief schrijft
Author

Romy (1980) schrijft eindelijk haar eerste kinderboek. Bezit honderden notitieboekjes vol met nog meer verhalen. Denkt af en toe dat ze nog steeds 25 is.