NaNoWriMo 2018: poging twee

Vorig jaar wist ik het zeker: ondanks mijn overvolle agenda besloot ik meedoen aan de National Novel Writing Month, afgekort de NaNoWriMo.

Na een week gaf ik op. Ik was moe, had een overbelaste arm en mijn humeur was dusdanig verslechterd dat het me verstandig leek om te stoppen. Het was er kennelijk niet de tijd voor, jammer maar helaas. Dit jaar begon het echter weer te kriebelen, en was er gelegenheid. Geen drukke kantoorbaan en 4 uur reistijd per week meer. Zou dit nu niet het ultieme moment zijn om die 50.000 woorden op papier te krijgen? Deze kans zou ik misschien nooit meer krijgen.

Ik pakte het dit keer serieuzer aan en schreef me meteen in op de website, zodat ik mijn statistieken en woordenaantal bij kan houden. Vorig jaar was ik zo competitief geweest dat het me nekte. Dit jaar heb ik slechts een grote wens: Mijn Boek schrijven, het boek dat al jarenlang in mijn hoofd zit. Ik heb maar één motief: mijn dochter een verhaal vertellen. Als dat zou lukken, zou ik al heel erg tevreden zijn. Ik ga niet voor de bestsellerlist, de AKO-literatuurprijs en de verfilmingen. Dit boek is van mij en van mij alleen, en daarom moet het geschreven worden.

De eerste week van de NaNoWriMo 2018

 

Op dag 1 ga ik meteen ‘s ochtends aan de slag en ondanks dat ik wat onwennig begin, haal ik het geplande woordenaantal met gemak. Sterker nog: ik ga zelfs eroverheen. Het verbaast me hoe makkelijk ik de woorden op papier kreeg. Een goed teken misschien?

Ook op dag 2 ga ik als een trein. Ik ben zo enthousiast dat ik in blokken ga schrijven, omdat het natuurlijk wel de bedoeling is dat ik ook nog wat andere dingen doe op een dag. ‘s Ochtends heb ik mijn geplande woordenaantal al gehaald, maar ik ga in de avond ook nog even door.

Op dag 3 zakt de moed me in mijn schoenen. Ik volg NaNoWriMo op Twitter en de te behalen dagelijkse woordenaantallen die zij ‘eisen’ doen me de moed in de schoenen zakken. Ze worden elke dag hoger en hoewel ik lekker in een flow zit, weet ik niet of ik het elke dag ga redden. Het woordenaantal van dag 3 haal ik uiteindelijk wel, vergezeld van een hoop gemopper na een avond doorbikkelen als de kleuter op bed ligt.

Dag 4 breekt aan en het woordenaantal is nóg hoger. ‘Zijn ze helemaal gek geworden?!’ vraag ik me af op social media. We hebben een drukke zaterdag met een verjaardag in de avond en er zit niets anders op, ik ga na die verjaardag weer aan de slag. De hoeveelheid eten die ik geconsumeerd heb werkt enigszins vertragend en ik vraag me voor het eerst af waar ik in hemelsnaam aan begonnen ben, maar ik haal het absurde woordenaantal met mijn tong op mijn knieën.

De volgende ochtend zie ik dat een collegaschrijfster me een berichtje heeft gestuurd. Of ik me realiseer dat het woordenaantal waar men het over heeft het totale aantal woorden is dat je moet hebben geschreven en niet het dag-aantal? Foutje bedankt. Ik loop dus niet alleen ver voor op schema, ik heb zelfs de ruimte om een dagje niet of minder te schrijven.

Dat is mooi, want op dag 5 heb ik een dip. Ik heb grote twijfels over het verhaal dat ik aan het schrijven ben en vraag me af of ik niet veel betere en nuttigere dingen met mijn tijd moet doen, zoals een betaalde baan zoeken, in de bres springen voor asieldieren, een politieke partij oprichten of de wereld redden.

Ook ben ik niet overtuigd van mijn schrijfstijl en wil ik om de haverklap mijn verhaal redigeren. Ik ben namelijk ook bezig met een redigeercursus en zie opeens overal schrijf- en stijlfoutjes. Dat mag natuurlijk helemaal niet: eerst schrijven, dan redigeren.

Met het liedje ‘Onderweg’ van Abel in mijn hoofd, zing ik dan maar in mezelf ‘En ik wil wel redigeren, ik wil oneindig redigeren maar dat gáát niet….’ (Met zachte g.)

Daarna vind ik het schrijven echt even niet meer leuk. Mijn man ziet me een beetje instorten en vraagt me waar het verhaal over gaat; tot nu toe heb ik zelfs hem niets verteld. Ik geef snotterend een beknopte samenvatting en hij zegt dat ik niet moet opgeven en herinnert me eraan dat ik dit doe voor mezelf, en voor niemand anders. Ik typ na deze korte inzinking nog een bescheiden aantal woorden.

Dag 6 heb ik nieuwe energie gevonden en ga ik weer als een speer. De tijd vliegt voorbij en ik kan wel blijven schrijven, zo fijn vind ik het. Het is gewoon jammer dat mijn to do-list zo lang is… Na een kort innerlijk gevecht besluit ik toch echt eerst te schrijven en dan de rest te doen. De kleuter zal worden opgevangen na school en ik bevind me de hele dag in mijn schrijfbubbel en doe de rest er fluitend naast. Wat ben ik dankbaar dat ik dit kan doen.

In dit screenshot zit een stijlfout. Zie jij ‘m? #oneindigredigeren

Vandaag is het dag 7, de eerste week van de NaNoWriMo is voorbij gevlogen! De eerste woorden van vandaag staan alweer op het digitale papier en vanavond ga ik verder. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik er dit jaar zo totaal anders inzit dan vorig jaar. Het helpt dat ik geen overvolle agenda heb, maar het helpt nog het meest dat ik dit boek vooral voor mezelf schrijf en niet voor iemand anders. Via social media krijg ik veel belangstellende vragen (dank jullie wel daarvoor!) en vroegen mensen me of ik wilde vertellen waar mijn boek over gaat. Daar heb ik even over na moeten denken. Bijna had ik wat quotes verklapt, maar toen kreeg ik net op tijd een heel verhelderende peptalk van schrijver Andy Weir in mijn mailbox:

”And, finally, I have this advice: Resist the urge to tell friends and family your story. I know it’s hard because you want to talk about it and they’re (sometimes) interested in hearing about it. But writers have a dirty little secret: We are mainly motivated by our desire for people to experience our stories. We want an audience. We need it.

Telling your story to friends verbally satisfies that need for an audience, and it diminishes your motivation to actually write it. So make a rule: The only way for anyone to ever hear about your stories is to read them. You can still give it to them chapter by chapter—so you get the sweet, sweet external validation that you crave during the process. But no telling the story outside the pages. If you do that, you’ll at least finish the book.”

Sorry mensen, maar Andy heeft gelijk. Hier moeten jullie het dus voorlopig maar mee doen. 😉

Ik ben deze eerste week van de NaNoWriMo geëindigd met een voorlopig woordenaantal van 13.768 woorden (woop woop!) en zal mijn dagtotaal vanavond weer braaf op Instagram Stories vermelden. Ik ben enorm benieuwd met hoeveel woorden ik deze maand ga eindigen. Heb ik trouwens lezers die ook meedoen? Ik lees het graag in de reacties!

Filed under Dochterlief schrijft
Author

Romy (1980) schrijft alles op in 1 van haar 1000 notitieboekjes in de hoop zo ooit een boek te creëren. Ze is gek op series kijken, boeken lezen, hard meezingen met de radio (wel als ze alleen is) en lekker eten.

1 Comment

  1. Wat goed bezig! Veel succes. Ik heb een writersblock (een algemene nadenkblock zelfs), dus ik sla even over. Ik lees wel veel momenteel en dan denk ik steeds: “Oh ik moet een een boek gaan schrijven”, want het lijkt me zo heerlijk dat je zelf kan bepalen wanneer een verhaal stopt (waarschijnlijk ga ik een boekenserie schrijven, want ik heb een hekel aan eindigende boeken).

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.