Nooit meer hetzelfde

Mijn man en ik ruimen op, en er blijken nog steeds talloze babyspullen in ons bezit te zijn.

Vier babyslaapzakken, een aantal ongeschikte flesjes en speentjes, een aangebroken fles babylotion en een mobile voor boven een wiegje. Ontelbaar veel pluizige knuffels, een dozijn rompertjes en zelfs een aangebroken pak luiers, maat 0.

Hij staat met een stapel geboortekaartjes in zijn hand. ‘Wat wil je hiermee doen?’ Ik haal mijn schouders op. ‘Tja. We kunnen ze niet nog een keer versturen, toch?’ Ze gaan door de versnipperaar.

Vijfeneenhalf jaar aan baby- en kinderspullen gaan door onze handen, voor zover ze dat bij de eerste opruimpoging al niet waren gegaan. Peuterdansdiploma’s. Het eerste armbandje. Een boek over zindelijkheid. De buggy kan op Marktplaats, het eerste fietsstoeltje ook. Weet je nog, die dansende krullen in de wind, haar handjes in de lucht?

Ik vind de eerste echofoto, denk vertederd terug aan het dansende wezentje op het scherm, en berg ‘m zorgvuldig op. De kamer is gevuld met tastbaarheden van een pril leven en de grote verwachtingen die hier mee gepaard gingen. Vol van verwachtingen en dromen over een klein meisje dat in ons leven kwam en bleef.

We gaan zo op in de opruimsessie dat we niet op onze telefoons kijken. Pas uren later zien we het ongelezen berichtje met het slechte nieuws. Buiten waait de wind om het huis, hard en venijnig. De zon verdwijnt achter de wolken. Mijn buik doet pijn.

Ik denk terug aan de bevalling van ons kind, en aan hoe kwetsbaar ik me toen voelde. Hoe ik alles in een bevallingsplan genoteerd had, maar aan de goden overgeleverd was, de natuur haar werk moest laten doen. Hoe zeer ik uitkeek naar het eindresultaat: ons kind in mijn armen, ons eigen vlees en bloed.

De babykamer was gereed, alle spullen waren in huis: hydrofiele doeken, het eerste pakje, dekentjes, babyolie. We vinkten het lijstje af. Straks zou alles anders zijn, ons leven zou nooit meer hetzelfde zijn.

Slapeloze nachten, honderden flesjes, doorkomende tandjes en eerste lachjes: die gingen er komen, daar gingen we als toekomstige ouders van uit. Het badje, de commode, de allerkleinste kleertjes: ze waren de belofte van een nieuw leven dat tot bloei zou komen. Waarom kan dat niet voor iedereen zo zijn?

Het leven zelf doet geen beloftes en geen garanties, al hopen we dat wel. Het leven zelf is soms hard en oneerlijk.

Hoe vaak heb ik niet in dat babykamertje gestaan en gedroomd over het moment dat ons kind in haar wiegje zou liggen slapen, haar voor me gezien als het meisje dat ze zou worden? Hoe vaak heb ik de afgelopen jaren niet naar dat slapende meisje gekeken, eerst als baby, toen als peuter en daarna als kleuter, en me afgevraagd waarom de tijd zo snel gaat?

Ik steek een kaarsje aan en denk aan een klein meisje en een papa en mama met een leeg wiegje. Aan knuffels die niet geknuffeld gaan worden, aan lege flesjes en ongedragen kleertjes in de kast. Mijn hart breekt in duizend stukjes. Kon ik maar…maar niets zal helpen om het verdriet weg te nemen.

Midden in een kamer vol gebruikte baby-en kinderspullen staken mijn man en ik het opruimen en houden we elkaar stevig vast.

Filed under Dochterlief schrijft
Author

Romy (1980) houdt van schrijven, lekker eten, lezen en mooie plekken. Schrijft momenteel eindelijk haar eerste kinderboek en bezit honderden notitieboekjes vol met nog meer verhalen.

4 Comments

  1. Oh wat naar en wat mooi weer geschreven. Anna vroeg vandaag nog naar haar ‘ontstaan’ en toen zei ze: “De Zonnebloem-oma wilde ook kinderen toch? Maar dat lukte niet.” Ik hoop dat ze zich altijd realiseert wat een fantastisch wonder het is (ook dat ze gezond is). Sterkte voor de andere ouders.

    • Dank je Lilian. Het is zeker niet vanzelfsprekend om (gezonde) kinderen te krijgen. Door dit soort gebeurtenissen sta je daar weer even bij stil.

Comments are closed.