Onzichtbaar

Heb je nog geoefend thuis?’ vroeg ik. Hij schudde zijn hoofd. ‘Ik snap het gewoon niet.’ ‘Wat snap je niet, de letters?’ ‘Nee. Of ja. Ik krijg het gewoon niet goed met mijn hoofd, snap je? Het wil gewoon niet.’

Hij was altijd de laatste van de ochtend. Zijn groepsgenootjes herkende ik na twee keer, maar zijn gezicht kreeg ik maar niet duidelijk op mijn netvlies, terwijl ik bijna nooit gezichten vergeet. Als hij op me af kwam lopen en oogcontact maakte herkende ik hem wel, maar midden op het schoolplein kon ik hem nooit zien, ook al liep hij in de buurt.

Hij leek wel onzichtbaar. Er waren tientallen jongetjes zoals hij die wel hun plek opeisten, renden en stoeiden. Hij liep na ons samenzijn het schoolplein op en leek dan te verdwijnen, te midden van alle andere kinderen, tijdens het speelkwartier. Ook mijn dochter, die iedereen kent, wist nooit wie ik bedoelde als ik het over hem had.

Twee maanden oefenden we samen letters in de lerarenkamer van de school. Hij had er meer moeite mee dan de andere kinderen, dus oefende ik stiekem wat meer met hem. De vooruitgang bleef uit. Ik moest dat melden en voelde me een verklikker.

Elke keer raakte hij een beetje meer ontmoedigd. Begon te hakkelen, raakte de draad kwijt. De laatste keer was hij erg in de war en kon niet uitleggen waarom. Ik zag de grote frons op zijn voorhoofd en keek hem na als hij wegliep- voor de omstanders met solide stappen, terwijl ik zag dat hij op eieren liep. Maar waarom?

Ik stelde de juf voor om hem extra te helpen, want ik wist hoe druk ze waren. Die twijfelde. Ze zou zijn ouders informeren. ‘Komt goed joh!’ zei ik de laatste keer bij het afscheid. ‘Gewoon blijven proberen. Zet ‘m op hè!’ Hij sjokte het schoolplein op als een oud mannetje, niet als een kleuter. Daar loste hij weer op in een wirwar van rennende kinderen.

De juf zag bleek toen ze me weer zag. ‘Je hebt het misschien al gehoord?’ Er bleek een reden te zijn dat het allemaal zo moeizaam ging. ‘Ik hou je op de hoogte.’

Met een brok in mijn keel hielp ik mijn groepje, met nog meer aandacht dan normaal. Ik gaf mijn kind die avond extra kusjes in haar nek. ‘Ik weet trouwens wel wie hij is, mama!’ zei ze. ‘Ik ook,’ zei ik met mijn neus in haar haren. ‘Ik ook.’

Photo by Dawid Zawiła on Unsplash

Filed under Dochterlief schrijft
Author

Romy (1980) droomde als kind al dat ze schrijfster zou worden, dus is nu eindelijk Haar Boek aan het schrijven. Ze is verder gek op series kijken, boeken lezen, hard meezingen met de radio (wel als ze alleen is) en lekker eten.