Pogingen tot…

Ze ruiken het, dat weet ik inmiddels zeker: dat moment waarop je als ouder stilletjes achter je laptop kruipt terwijl zij buitenspelen. Geluidloos zet ik mijn cappuccino op mijn bureau. Ik open mijn mailbox om snel op dat ene mailtje te reageren. ‘Beste…’

‘Mamaaaaaa!!!’
‘Wat is er?’
‘Mag ik mijn jas, het is een dringend noodgeval.’
‘Die hangt gewoon aan de kapstok. Pak ‘m zelf maar even.’
‘Maar het is een DRINGEND NOODGEVAL.’
‘Dan zou ik ‘m zéker zelf pakken.’

Ik negeer het ‘ik moet ook alles zelf doen’-gemopper en ga verder met de mail. Buiten wordt het geschreeuw steeds luider, maar iedere ouder kan het onderscheid tussen spel en een nucleaire ramp goed onderscheiden, dus ik typ door.

‘Mama?’
‘Ja.’
‘Mag ik een gezond snoepje?’
‘Er bestaan geen gezonde snoepjes.’
‘Een soepstengel dan?’
‘Ja, pak maar even.’
‘O, ben je lekker aan het schrijven mama? Daarom speel ik buiten, dan heb je geen last van je confrontatie hè!’
‘Concentratie, schatje. Dankjewel.’

Goed. Ik ga beginnen aan dat nieuwe hoofdstuk waar ik vannacht om 3.00 ineens een ingeving over kreeg.

‘Mama, mogen de anderen ook een soepstengel?’
‘Ja, geef ze maar een soepstengel, maar mama wil nu schrijven, oké? Ik wil even niet gestoord worden.’
‘Ja lieve poepedrollenscheetmama.’

Ik typ een korte alinea.

Buiten lijkt de nucleaire oorlog dan toch uitgebroken. Ik sus een ruzie tussen twee kinderen en vul bellenblaas bij.
‘Mijn mama werkt thuis, goed hè? Kan zij ons mooi helpen!’ glundert mijn kleuter, die een neutrale positie heeft ingenomen in deze strijd om bellenblaas. De vredesonderhandeling slaagt en ik kruip weer achter mijn laptop.

O ja, dat ene telefoontje voor de reisverzekering kan ik nu ook wel even doen. Het is niet dat ze twee is, ik kan best een normaal telefoongesprek voeren. Het concept ‘bellen’ snapt ze wel nu ze vijf is.

‘Hal…’
‘Mamaaaaaa? Mogen wij misschien allemaal een ballon? En in het zwembad? Mama, wie bel je? Is het opa? Mag ik Facetime doen met opa?’
‘Ik bel met iemand anders. Even wachten. Ja, ik bel nog even voor onze reisverzekering.’

Ik leg mijn vinger op mijn lippen en staar de kleuter indringend aan. Het is de ‘Laatste waarschuwing, ik meen het’-blik die ik van mijn vader geërfd heb. Althans, dat hoop ik. Ze houdt haar mond, lacht en knippert met haar ogen.

‘Mama? Mama? Mama? Mama? Mama? Mammie? Ma-ham? Mamamamamamamamamamamamamamama? Mamiemamiemamiemamiemamiemamiemamie?’

Had ik meer moeten fronsen? Indringender moeten kijken? Is de ‘Laatste waarschuwing, ik meen het’- blik dan exclusief iets voor vaders?

‘Excuses, kan ik je misschien ook mailen over die verzekering?’

Ik klap de laptop dicht en neem me voor om een nieuwe poging te ondernemen rond kinderbedtijd, die de laatste paar dagen akelig dicht bij mijn eigen bedtijd in de buurt komt.

Het is in ieder geval een troostrijke gedachte, want eerlijk gezegd lees ik ‘s avonds liever een boek tot mijn ogen dichtvallen, om vervolgens ‘s nachts wakker te schrikken van mijn eigen plotwendingen.

Weten jullie ook meteen waarom het over ongeveer 3 weken pas weer wat levendiger gaat worden op deze blog. Ik begin het bloggen en schrijven in ieder geval best weer te missen.

Photo by Danielle MacInnes on Unsplash

Filed under Dochterlief schrijft
Author

Romy (1980) droomde als kind al dat ze schrijfster zou worden, dus is nu eindelijk Haar Boek aan het schrijven. Ze is verder gek op series kijken, boeken lezen, hard meezingen met de radio (wel als ze alleen is) en lekker eten.

4 Comments

  1. 😀 zo herkenbaar. Het leverde inderdaad wel een super leuke blog op want de hele tijd dacht ik “Yep dat hoor ik mezelf ook zoooo vaak zeggen” ☺️

Comments are closed.