De pré-eclampsie die zich herhaalde

Gisteren was het World Preeclampsia Day, een dag die in het leven is geroepen om pré-eclampsie en HELLP meer bekendheid te geven. Mijn tijdlijn ontplofte zowat van de persoonlijke verhalen. Wat komt het vaak voor! Een artikel dat mij in het bijzonder raakte was die van Marije. Zij beschreef heel beeldend en ontroerend hoe het is om als ouders in de rollercoaster terecht te komen die pré-eclampsie of HELLP heet.

De baby van 811 gram

 

Ik heb zelf bijna mijn eigen geboorte niet overleefd. Met 28 weken zwangerschap ben ik gehaald door middel van een spoedkeizersnede. Mijn moeder was heel ziek, en ik ook. In de jaren 80 was er nog niet zoveel kennis over pré-eclampsie en HELLP. Echo’s werden amper gemaakt; men zag bij de geboorte wel hoe het kind er aan toe was. Pas bij het vermoeden van ernstige aandoeningen werd er een echo gemaakt.

Bij mijn moeder was het overduidelijk dat ik het moeilijk had in haar buik. Ze had vage klachten. Haar buik bleef veel te klein voor de termijn van de zwangerschap en ik veranderde in rap tempo van een bewegelijke baby naar een baby die af en toe een trapje gaf en het vervolgens maar helemaal voor gezien hield.

Toen ik geboren werd woog ik 811 gram en was ik er ernstig aan toe. Mijn longen en darmen waren nog niet rijp, mijn huid was doorzichtig en ik paste in mijn vaders hand. Ik moest linea recta de couveuse in en zou daar de eerste 3 maanden niet uitkomen. De arts zei na de geboorte tegen mijn ouders dat ze niet wisten of ik het zou redden. Om die reden heb ik nooit een geboortekaartje gekregen, laat staan een babyboek. De eerste maanden van mijn leven zouden in het teken staan van vechten- zowel voor mij als voor mijn ouders.

In mijn geval kwam het allemaal goed. Ja, ik ben wat kleiner van stuk. Ik heb een chronische darmaandoening die vermoedelijk met mijn vroeggeboorte te maken heeft. Mijn handen zijn ook kleiner dan gemiddeld, ik koop mijn handschoenen op de kinderafdeling. Problemen met mijn concentratie, of eigenlijk met snel schakelen, heb ik altijd wel gehad. Een ongeleid projectiel en een klungelsmurf ben ik gewoon van mezelf. Maar ik liep niet achter op motorisch of cognitief gebied en ik besef dat dit niet vanzelfsprekend is.

Lees ook: ik was prematuur, wat is jouw superpower?

 

Mijn eigen zwangerschap

 

Nooit is mijn eigen geboorte en kwetsbaarheid zo dichtbij gekomen als tijdens de zwangerschap en geboorte van mijn eigen kind. Ik vond het met vlagen doodeng om zwanger te zijn en overgeleverd te zijn aan ‘het lot’. Tot vervelens toe heb ik Google geraadpleegd. ‘Hoe erfelijk is pré-eclampsie?’ Ik kon geen duidelijk antwoord vinden, of misschien wilde ik het wel niet lezen.

Feit is dat toen vroeg in de zwangerschap mijn bloeddruk begon te stijgen, de alarmbellen al zachtjes begonnen te rinkelen bij de verloskundigenpraktijk. Zij hadden me bij de intake al uitgebreid ondervraagd over mijn vroeggeboorte. Ik kon inmiddels alle feiten over mijn geboorte gevoelloos opdreunen, en had maar 1 gedachte in mijn hoofd: ‘Mijn kind zou niet te vroeg geboren worden.’ Ik herhaalde dat als een soort mantra. Mij zou dit niet gebeuren.

Rond de 20 weken werd zwangerschapsdiabetes vastgesteld en dus werd mijn zwangerschap medisch. Elk bezoekje aan de gynaecoloog eindigde steevast aan de CTG, ik werd lek geprikt op de bloedafname en Elise werd elke keer uitgebreid bekeken op de echo. Toch gaf maar 1 van de 3 gynaecologen toe dat ze dit deden om mijn medische voorgeschiedenis en de risico’s die dit met zich meebracht.

Om de zwangerschapsdiabetes de kop in te drukken, ging ik op een speciaal dieet. Ik deed bijna alles lopend of fietsend, zelfs de 5 kilometer naar mijn werk. Ik ging volledig voorbij aan mijn eigen gevoel en de grenzen die mijn lijf aangaf, want ik zou wel even de model-zwangere uit gaan hangen. Maar ik was niet fit, continu uitgeput en misselijk en werd geplaagd door vervelende hoofdpijnen.

Ziekenhuis in, ziekenhuis uit

 

Rond de termijn van 28 weken werd ik niet goed op mijn werk. Ik werd kotsmisselijk (nog erger dan de chronische misselijkheid die ik al had), kreeg hevige hoofd- en buikpijn en had een waas voor mijn ogen. Ik belde de verloskundige, die alles behalve laconiek reageerde. Of ik NU meteen naar de praktijk kon komen. Ik belde mijn man en toen kwam een tranenstroom die ik niet meer kon stoppen. Ik wist het zeker: het was helemaal mis.

Ik huilde het hele gesprek bij de verloskundige, die alles checkte en met kalme stem zei: ‘Romy, we gaan je nu echt overdragen aan het ziekenhuis. We willen en kunnen het risico niet lopen dat jij hetzelfde ziektebeeld krijgt als jouw moeder.’ Vanaf dat moment ging ik in de overlevingsmodus. Elk telefoontje met een simpele vraag over een klacht eindigde vanaf dat moment namelijk in het ziekenhuis. Nooit werd gezegd dat ik het even aan moest kijken en elk consult begon met het doorvragen over mijn medische geschiedenis en een hele rits aan medische onderzoeken, soms wel 3 of 4 keer per week.

Uren heb ik aan allerlei toeters en bellen gelegen. Op een gegeven moment belde ik mijn man niet meer als de gynaecoloog vond dat ik meteen moest komen en ging ik alleen. Dan stuurde ik een berichtje met de boodschap dat ik in het ziekenhuis was en dat ik zou bellen als mijn toestand of die van Elise verergerde.

Gelukkig was dat nooit zo, maar achteraf geeft het goed weer hoe wij als stel in de overlevingsmodus stonden. Mijn ouders wilde ik er niet mee belasten. Zij hadden een dergelijk traject al eerder meegemaakt en gevoelsmatig kon ik het ze gewoon echt niet aandoen. Ik vergat alleen dat ik zelf als zwangere ook wel wat steun en bescherming kon gebruiken. Ik was hard voor mezelf, maar dacht maar aan één ding: ik wilde mijn dochter niet verliezen voordat ik haar had leren kennen.

36 weken

 

En toen kwam het moment dat de hoofdpijn zo erg werd dat ik ‘s avonds mijn hoofd in mijn kussen duwde. Het schakelde me helemaal uit. Ik kreeg pijn hoog in mijn buik en tussen mijn schouderbladen. Het was al op komen zetten bij 34 weken, maar met de baby leek alles goed te gaan en uit onderzoeken kwam – behalve de nog steeds stijgende hoge bloeddruk- nog niets alarmerends.

Ik werd naar huis gestuurd met de mededeling om 24 uur urine te verzamelen. 48 uur later werd ik opgenomen: het was toch pré-eclampsie, en flink ook. Enkele dagen later is Elise geboren. Het had geen moment langer moeten duren, en toch werd er voor mijn gevoel erg luchtig over gedaan. Achteraf ben ik de artsen daar dankbaar voor, omdat ik snap waarom ze het deden.

Wat de pré-eclampsie achteraf met mij gedaan heeft? Het heeft even geduurd voordat ik mezelf niet meer de schuld gaf van hoe alles gelopen is. Ik was teleurgesteld in mijn lijf en in het feit dat mijn buik niet het veiligste plekje voor mijn baby was. Ik was verdrietig toen Elise dysmatuur bleek: te klein voor de duur van de zwangerschap. Lag dat aan mijn dieet?

Bovenal was ik mentaal en fysiek kapot en heeft het lang geduurd voordat ik de oude was. Het is achter de rug, de scherpe randjes zijn eraf, maar ik zal het nooit vergeten.

Wij zijn gezond, wij hebben het gered, en dat is iets om dankbaar voor te zijn. Dat realiseer ik me elke keer als ik er iets over lees. En daarom deel ik persoonlijke mijn verhaal, dat me bijna 4 jaar na dato nog vochtige ogen en een dikke keel oplevert.

Link naar de Nederlandse stichting Hart voor HELLP

Filed under Dochterlief bevalt
Author

Romy (1980) droomde als kind al dat ze schrijfster zou worden, dus is nu eindelijk Haar Boek aan het schrijven. Ze is verder gek op series kijken, boeken lezen, hard meezingen met de radio (wel als ze alleen is) en lekker eten.

2 Comments

  1. Heftig Romy!
    Ik had bij de oudste ook pre-eclampsie..
    Niet zo heftig als jij, maar ik herken wel die enorme hoofdpijn en het gevoel van falen.
    Goed dat je er zo open over bent!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.