Speciale boemboe

Laos, kruidnagel, koenjit. Zelfs na 39 jaar op deze aardbol is het ronddwalen tussen de schappen vol kruiden en specerijen in de plaatselijke toko een klein geluksmomentje voor me.

De eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik veel kruiden nog niet ken. Ik ben waarschijnlijk de laatste vrouw in mijn familie die Indisch is gaan koken. Ik at het altijd liever dan dat ik het kookte, zeg maar.

Mijn mandje is bescheiden gevuld. Op mijn boodschappenlijstje staan ketjap manis van een bepaald merk, bamisoep, edamame en spekkoek om mee te nemen naar een afspraak met een blogvriendin. Achter de kassa scharrelt de winkelmedewerker verveeld rond. Er kan nog net een gemompeld ‘Goedemorgen’ vanaf.

Dan komt er een vrouw de winkel binnen. Duidelijk al op leeftijd, al zou ik die niet kunnen schatten. Donkere huid, de grijze haren netjes, een kleurrijke sjaal boven haar jeansjasje. Ze schiet de winkelmedewerker aan in een mengeling van Indonesisch en Nederlands, maar komt niet uit haar woorden.

De winkelmedewerker kijkt haar aan alsof ze van een andere planeet komt. Ze herstelt zich. ‘Boemboe,’ zegt. Haar stem trilt van emotie. ‘Voor de nasi goreng, ja. Heb je dat ook? Speciale boemboe.’ Hij beweegt zich houterig naar het schap met specerijen en geeft haar een zakje. Er komt een stroom aan Indonesische woorden uit haar mond en ook al versta ik maar enkele woorden, instinctief weet ik dat ze het verkeerde zakje met kruiden heeft gekregen.

Ik zwaai met een zakje. ‘Mevrouw,’ onderbreek ik het gesprek. ‘Sorry, maar kan het zijn dat u deze boemboe bedoelt?’ Haar donkere ogen kijken verbaasd van mij naar het zakje in mijn hand. Dan begint ze te stralen.

Ze pakt het van me over en zucht. ‘Deze heb ik van mijn zus uit Indonesië gekregen!’ zegt ze. Ze steekt in een reflex haar hand uit en raakt mijn arm aan. Het is een gebaar dat ik herken van vroeger, een spontane aanraking waar de meeste mensen die dit niet gewend zijn van schrikken. ‘Ik maak de nasi, en wat denk je?’ Ze slaat haar ogen neer. ‘Mislukt. Het is gewoon niet hetzelfde. Het is nooit hetzelfde als toen.’

Even zijn we stil. Dan herpakt ze zich: ‘Basmati of pandanrijst?’ vraagt ze. ‘Pandan,’ zeg ik. ‘Altijd pandan.’ Ze knikt bedachtzaam.

Bij de winkelmedewerker laat ze haar telefoonnummer achter voor het bestellen van een grote hoeveelheid pandanrijst  die niet op voorraad was. ‘Ik kom terug hoor,’ zegt ze met een vaste stem die van enthousiasme de hoogte in schiet. ‘Bel me. Ik blijf gewoon proberen!’

Hij kijkt van haar naar mij, en snapt de pret niet. Ik grijns nog steeds als ik mijn sleutel in de voordeur steek, een mok thee maak en een stukje van mijn spekkoek afsnijd.

Filed under Dochterlief schrijft
Author

Romy (1980) houdt van schrijven, lekker eten, lezen en mooie plekken. Schrijft momenteel eindelijk haar eerste kinderboek en bezit honderden notitieboekjes vol met nog meer verhalen.