Tag: Column

La belle vie

Het hotel was volgeboekt, wist de receptionist ons te vertellen. En alle hotels in de omgeving ook. Hij had nog wel een ‘magnifique’ zolderkamer beschikbaar. Read More

Dolce far niente

Het groepje vrouwen dat het hippe koffietentje binnen komt, kijkt me iets langer aan dan gebruikelijk is. Ik heb net een te grote hap van mijn chocolade muffin genomen en veeg de kruimels van mijn mond. Read More

Vriendelijke stad

Wij zijn aangekomen op Utrecht Centraal. Denkt u aan uw eigendommen en vergeet u ze ook niet mee te nemen?’ Jarenlang reisde ik met de trein van het oosten naar het westen. Als je in Twente woont- om precies te zijn in de eindbestemming van dezelfde Intercity -mag je Utrecht best het westen noemen. Read More

Buikhonger

Het is nog heel erg vroeg in de ochtend als ze naast me staat. Ze moest hoesten en had dorst. Na een slokje drinken wil ze even in ons grote bed. ‘Kom maar hier liggen,’ fluister ik en klop op de plek aan mijn rechterkant. Read More

Talent

Tijdens het opvouwen van de was komt mijn dochter de kamer binnen, op handen en voeten, terwijl ze ritmisch op en neer springt.
‘Wat ben jij nou aan het doen?’ vraag ik. Read More

Lichtjes in de bomen

Weet je waarom we Kerstmis vieren?’ vraagt ze terwijl ze vaart mindert. De pompon op haar nieuwe muts wiebelt nog na. ‘Ja hoor,’ antwoord ik.

Ze kijkt me argwanend aan. ‘Door baby Jezus. Daarom vieren we Kerstmis. Wilde je dat zeggen?’ Ik vertraag mijn pas even. O ja. Ze zit natuurlijk op een katholieke school. Ik knik zelfverzekerd. ‘Door Jezus, ja. Precies wat ik had willen zeggen.’ 

Lege stoelen

‘Maar weet je wat ik niet snap?’ zegt ze met een serieuze frons op haar voorhoofd. ‘Jezus is toch geen baby meer. Hij is al lang dood. En toch vieren we nog steeds Kerstmis.’ ‘Dat is omdat mensen hem zo lief vinden. Kerstmis is het feest van licht en liefde. Voor mama in ieder geval wel.’ 

Liefde is een woord dat ze snapt. Dat voelt, zoals ze een keer heel wijs zei, als ‘een warme buik.’ Ze gebruikt het woord te pas en te onpas. Zo is ze om de dag verliefd op haar vader en mij. Een oude pasfoto van haar vader heeft ze op haar nachtkastje gelegd, naast een poppetje dat op mij lijkt en haar andere relikwieën. O wee als ik het waag ze te verplaatsen.

‘Daarom hebben we ook een kerstboom,’ ga ik verder. Voor de lichtjes die weer mogen branden. En daarom komen mensen die elkaar lief vinden bij elkaar om Kerstmis te vieren.’ Ik heb het niet over de lege stoelen aan tafels, en aan hoe dat er in de loop van de tijd steeds meer worden.

Verwondering en lichtjes in de bomen

Sinds zij er is zie ik de decembermaand door haar onschuldige ogen. Haar glimmende gezicht bij het uitkiezen van een kerstboom. Haar zelf uitgekozen, kitscherige kerstfiguurtjes in de boom. Het grote verlangen naar sneeuw en de vraag of er pakjes onder de boom komen te liggen. De kerstviering op school en de lichtjes in de gangen. ‘Ik hou er zo van, van Kerstmis,’ verzucht ze gelukkig.

Ik kan me de kerstvieringen uit mijn jeugd nog goed herinneren. Het jurkje met Schotse ruit dat ik aan mocht toen we ‘s avonds op school boerenkool gingen eten. Het was er warm en overal brandden kaarsjes. De jongens droegen vlinderstrikjes, de meisjes en juffen mooie jurken. De Vienneta-ijstaart lag op ons te wachten als dessert. Van spanning kreeg ik geen hap door mijn keel.

Kerstmis was een feest van magie en verwondering, niet van verlies en gemis. Dat laatste is me helaas niet bespaard gebleven, zoals het niemand bespaard blijft. Ook de kinderen van nu niet. Daarom leg ik de nadruk op de liefde.

Laat het nog heel lang zo voor haar blijven,’ wens ik terwijl ik van dat vrolijke bewegelijke lijfje naar de grijze lucht boven ons kijk. Verwondering en lichtjes in de bomen. Alle stoelen aan tafel gevuld. Voor missen is nog tijd genoeg.

Photo by Mourad Saadi on Unsplash

Wees bevriend met kleine dingen

‘Mama!’ roept ze ongerust van achter een eik. ‘Er ligt hier een wesp en hij is gewond!’
Ik kijk. Het is een hommel, een uitzonderlijk groot exemplaar. Hij ligt op zijn rug en spartelt met zijn pootjes. Hij heeft geen schijn van kans, zijn vleugels zijn beschadigd. Ik pak een takje en draai hem voorzichtig op zijn buik. Read More

Gelukkig

Ik hapte vanochtend in een perfect croissantje. Hij was een beetje krokant van buiten en zacht van binnen, en prachtig goudgeel van kleur. Read More

Op de rem staan

Ik zeg wel eens gekscherend dat de eerste letter van mijn dochter’s naam staat voor Energie. Al in mijn buik lag ze nooit stil, tenzij ik zelf langdurig bewoog.  Read More

Naar de haaien

Bijna elke ochtend zie ik hem, aan de hand van zijn moeder. Zijn broek is een beetje te kort, zijn haren vallen slordig op zijn voorhoofd. Zijn voeten sloffen lusteloos over de grond. Read More