Tag: Familie

En de vogels blijven maar zingen – twintig jaar zonder opa

Opgetogen reacties in mijn tijdlijn vorige week: de eerste kinderen hebben te horen gekregen dat ze geslaagd zijn. Tijd om uit te vliegen, de wijde wereld in. Ook ik voelde ze weer even, de kriebels in mijn buik en de ontlading na het horen van het goede nieuws.

1999

Twintig jaar geleden nam ik in mijn zwarte galajurk mijn diploma in ontvangst op het podium in de gymzaal van de middelbare school. Ik had niet willen gaan. Het was een prachtige zomerdag, maar in de verte dreigden de donderwolken. Voor de vorm had ik een paar happen van een broodje naar binnen gewerkt, maar ik had geen honger. Ik trok een grimas voor de spiegel die voor een stralende lach door moest gaan. Mijn hoofd was nog in het ziekenhuis.

Toen we met de familie buiten een luchtje schepten, belde mijn opa om me te feliciteren. De operatie was gelukt, maar hij had heel veel pijn. ‘Het komt goed opa!’ zei ik hem, zoals hij mij ook altijd geruststelde. In plaats van dat te bevestigen, zoals hij altijd deed, brak zijn stem en hing hij op. Ik probeerde het onbestemde gevoel in mijn onderbuik weg te dansen en te verdoven met vieze mixdrankjes, wat aardig leek te werken.

Naast hem op zijn nachtkastje, naast zijn bril, zijn pufje en glas water lag -dat wist ik zeker- zijn pokerspelletje. Het ging altijd met hem mee naar het ziekenhuis. Hij kreeg het ooit van mijn tante bij wijze van een grapje, maar raakte er lichtelijk aan verslaafd. Als hij ziek was, fungeerde het pokerspelletje als afleiding. Tijdens het lange wachten, in de tijd tussen de vervelende onderzoeken en de uitslagen, en het herstellen van de zoveelste benauwdheidsaanval: waar het pokerspelletje was, was mijn opa, en andersom.

Mijn opa was verslaafd aan kaartspelletjes, en aan poker in het bijzonder. Ooit werkte hij als croupier in een casino, een van de vele baantjes die hij kreeg toen hij met zijn gezin van Indonesië naar Nederland emigreerde. Daar keek hij de kunst van het gokken af. Hij telde de kaarten of de dominostenen op tafel tijdens de spelletjes met familie. Daarom gaven wij hem als kinderen en kleinkinderen maximaal 3 tellen om zijn volgende zet te doen. Het maakte niet uit, iedereen verloor bijna altijd van hem, en ik sowieso.

2019

Het ligt helemaal onderin een doos met vergeten spullen: dat pokerspelletje uit het verleden. Zwart, met versleten knoppen. Een prul, zou een vreemde zeggen. De batterijen zijn leeg, al kan ik me het deuntje nog voor de geest halen. Ik krijg een brok in mijn keel.

De warme handen van mijn opa. Ik weet niet meer hoe ze aanvoelen, maar nog wel precies hoe ze eruit zagen. Zolang ze het pokerspelletje konden bedienen en ik het gebliep van het spelletje nog kon horen, borrelde de hoop in me op. Net als bij het horen van het gezang van de vogels op de eerste lentedag.

1999

Midden in de nacht wordt de ambulance gebeld. Opa zit snakkend naar adem op de rand van het bed. Een klaplong, zegt de arts. Al behoorlijk pittig voor gezonde mensen, maar mogelijk desastreus voor een koppig aangelegde bejaarde man met longemfyseem, die ondanks de benauwdheid door is blijven roken.

Hij wordt meteen opgenomen. De operatie om het te herstellen is pittig, maar hij lijkt er goed doorheen te zijn gekomen. Opa komt altijd weer thuis, zwaait vaak nonchalant naar ons vanaf de brancard op weg naar de ambulance als het weer eens zover is : ‘Tot straks, ja.’

Opa was gek op drop en haalde elke week op de zaterdagmarkt een grote zak. Bij de snoepkraam op de markt werkte een klasgenootje van me. ‘Goedemorgen, juffrouw,’ zei hij dan op flirterige toon en met een grote lach op haar gezicht reikte ze hem de gevraagde drop aan, altijd goedkoper dan dat het prijsbordje aangaf.

Begin dat jaar betrapte ik hem in gedachten verzonken op de bank. De naderende millenniumwisseling is al groot nieuws. ‘Dan ben ik er niet meer,’ had hij gezegd.  ‘Doe niet zo gek,’ zei ik. ‘Natuurlijk ben jij er ook bij.’ Hij schudde zijn hoofd en wreef in zijn ogen.

De zaterdag voor Vaderdag ren ik in allerijl naar de V&D tegenover het snoepkraampje. Ik koop er een kaart en groet in het voorbijgaan mijn klasgenootje. ‘Geen drop voor opa?’ roept ze me na. Ik schud heftig mijn hoofd en slik mijn tranen weg. De operatie blijkt toch te zijn mislukt. Nooit meer drop voor opa.

De kaart heeft eigenlijk niet genoeg ruimte voor wat ik hem allemaal wil zeggen, maar niet uit mijn mond kan krijgen uit angst om wat anderen zullen denken. Ik doe mijn uiterste best het goed op papier te krijgen.

Hij leest de kaart met waterige ogen. Daarna ga ik naast hem zitten en huil ik mijn ogen uit mijn hoofd. Een verpleegkundige komt binnen met drinken. ‘Mijn oudste kleindochter is net geslaagd,’ zegt hij. ‘Ik ben heel trots. Zij wordt schrijfster.’ Hij knijpt in mijn hand.

2019

Uit het niets komt mijn dochter met de foto van mijn opa en mij naar me toe. Ze kijkt ernstig van de foto naar mij, en weer terug. ‘Eigenlijk heb jij twee papa’s, mama.’ Ze zet de foto voorzichtig terug op zijn plek. Buiten zingen de vogels vrolijk een lied: de lente is begonnen. Ik kijk haar verbaasd aan, maar ze haalt haar schouders op en gaat verder met spelen.

1999

Het bericht van de arts treft mijn opa als een mokerslag, maar hij blijft met opgeheven hoofd in bed zitten. Hij spreekt kalm zijn wensen uit. Er komt een priester, kaarsen worden aangestoken, familie loopt in en uit. Er wordt gehuild en gelachen. Ter afleiding voor wat komen gaat, speelt hij een paar potjes op zijn pokerspelletje. Het gebliep vormt een luchtig contrast met het grote verdriet dat in de kamer hangt.

‘Ik denk dat je straks weer in Indonesië bent,’ flap ik eruit. Hij kijkt me vragend aan. ‘De hemel,’ zeg ik. ‘Jouw hemel is het Indonesië van vroeger.’ Hij lacht gelukzalig. ‘Ja, ik ga weer terug. Naar mijn moeder. Eindelijk.’

‘Wat doe je?’ vraag ik hem, als hij me vervolgens seconden lang aan blijft staren alsof hij elk detail van mijn gezicht in zich op wil nemen. ‘Voor als je later ook naar de hemel komt,’ antwoordt hij. ‘Dan herken ik je en dan haal ik je op.’

Die zondag zou het Vaderdag zijn. ‘O, dan wacht ik nog wel even, want anders wordt Vaderdag nooit meer leuk voor jullie,’ zegt hij alsof hij een bus later wil pakken. Wij denken dat het niet lang meer gaat duren, maar Vaderdag gaat langzaam voorbij en mijn opa’s hart blijft hard en krachtig kloppen.

De dag na Vaderdag loop ik naar huis vanaf het ziekenhuis en zie mijn schaduw op de muur. De zon schijnt fel en ik hoor de vogels zingen alsof ze elkaar af willen troeven. ‘Weten jullie wel wat er net gebeurd is?!’ wil ik naar ze schreeuwen. Het is zomer, de langste dag van het jaar is begonnen en het is tijd voor mij om uit te vliegen, maar ik voel geen grond meer onder mijn voeten. Hoe zou ik me moeten afzetten en waar moet ik in godsnaam naar toe?

And the songbirds are singing, like they know the score.
 – Fleetwood Mac

2019

Ik heb mijn opa alles gezegd wat ik hem heb willen zeggen, maar ik ben nog lang niet over hem uitgepraat. Ik had meer over hem willen schrijven, maar ik maakte me zorgen over de reacties van anderen. Hij was niet alleen maar mijn opa, maar ook iemands man, de vader van vier kinderen en opa van 7 andere kleinkinderen. Wie was ik om mijn liefde voor hem zo online te etaleren, alsof ik de enige was voor wie hij liefde voelde?

Dit is een gedeelte van ons persoonlijke verhaal dat alleen ik kan vertellen. Soms worden verhalen geboren op momenten dat je denkt dat je voor altijd alle woorden verloren hebt.

Liefde kent geen hokjes en gaat waar het gaan wil, en het raakt nooit op. Er is altijd genoeg liefde voor iedereen, als je het maar wil voelen. Dat weet ik nu, twintig jaar later, heel zeker. Dat wist en voelde mijn opa twintig jaar geleden al lang.

Alles is veranderd en ik vind het onvoorstelbaar dat hij al langer dood is dan dat hij in mijn leven is geweest. Vaderdag werd weer leuk, maar het verdriet slijt niet echt. Dat berg je na verloop van tijd op in een lade in je hart, en af en toe gaat het open en zie je het daar liggen, net als een aftands pokerspelletje waar je geen afstand van kan doen.

Na zijn dood droomde ik dat hij bij mij aan de kassa bij mijn bijbaantje stond. Op de band lagen allerlei toiletspullen. ‘Ik ga terug,’ zei hij stralend. ‘Dat is goed opa. Veel plezier.’ Daarna bleef het even stil op droomgebied, maar de laatste tijd meldt hij zich weer vaker: ‘Weet je wat ze hier voor eten hebben? Je móet komen proeven. Niet nu, maar ooit. Ik wacht wel.’ Of hij zit rustig bij me op de bank, koffie te drinken en de krant te lezen.

Wat er na al die jaren niet is veranderd, is dat ik maar aan hem hoef te denken als ik ergens mee zit, en dan antwoord krijg.
‘Opa, komt het wel weer goed?’
‘Natuurlijk meis. Alles komt altijd weer goed.’

En de vogels blijven maar zingen, alsof ze weten hoe het zit. And I love you, I love you, I love you, like never before.

Headerphoto by Anders Jildén on Unsplash

Een klein leven (dat telt) #3

Het is 15 augustus, en ik kijk in mijn eentje naar de Indië-herdenking op t.v. Het is iets dat ik elk jaar doe, al dan niet vluchtig via een app op mijn mobiele telefoon. Maar ik kan de rust niet vinden om te herdenken, want ik voel me onrustig en mijn gedachten springen alle kanten op. Read More

Een klein leven (dat telt) #2

Rotterdam, een mooie zondagmorgen. De zon schijnt uitnodigend en de temperatuur buiten is aangenaam. Ik ben te vroeg, en mijn instinctieve reactie is om binnen te gaan zitten. Ik stuur een Whats-app bericht naar mijn afspraak, bestel thee en wacht af. Read More

Een klein leven (dat telt)

‘Word het geen tijd om met z’n allen open te zijn over depressie en zelfdoding?’ Twee weken geleden laaide die discussie in de media op, naar aanleiding van drie zelfdodingen van bekende mensen in één week.
Read More

Het is oké, maar zo zonde…

Ik weet niet of de hemel bestaat, maar ik hoop het wel. Ik kan me er zelfs een voorstelling van maken: prachtige tuinen vol met bloemen, altijd mooi weer. Vrolijke, sprekende kleuren. Vogelgezang en zachte muziek als een eeuwigdurende achtergrond. Read More

Mijn moment 2017: de film, het verhaal en het veertje

2017 was het jaar waarin de personages uit mijn toekomstige boek hun opwachting maakten. Eindelijk begrijp ik hoe het werkt: als schrijver kies je de personages en het verhaal niet uit. Het verhaal en de personages kiezen jóu. Read More

Dit heb ik geleerd in 2017

Nog een paar dagen en 2017 is ten einde. Het was een prima jaar, dat zonder al te gekke dingen voorbij is gevlogen. Tijd om ons te bezinnen en de feestdagen en een nieuw jaar te verwelkomen. Read More

Een telefoontje naar de hemel

In elke stad die ik bezoek, brand ik een kaarsje in een kerk naar keuze. Vooruit, het is me niet élke keer gelukt, maar ik kom er aardig dicht in de buurt. En dat terwijl ik niet gelovig ben; ik bezit nog wel de kinderbijbel die ik ooit van mijn opa en oma kreeg, maar veel waarde hecht ik niet aan het geloof. Wel aan dat kaarsje. Ik zie het als een kleine groet aan de dierbare mensen in de hemel. Read More

It’s just a wave- een klein geluk

Nergens anders gaan mijn gedachten zo met mij aan de haal en staan ze tegelijkertijd zo stil als tijdens het autorijden. Dit keer ben ik passagier. Ik kijk naar jou, en je steeds langer wordende benen in het steeds kleiner wordende autostoeltje. Read More

Lieve papa…

Ik kwam in je leven als een kwetsbaar hoopje mens van 800 gram. Een klein baby’tje dat eigenlijk nog niet helemaal ‘af’ was. Jouw leven zou nooit meer hetzelfde zijn. Vanaf dat moment zou jij voor altijd vader zijn. Read More