Tempo Doeloe

Mijn opa zou vandaag 98 jaar zijn geworden. Daarom publiceer ik een kort verhaal met hem in de hoofdrol, dat ik vorig jaar al in iets andere vorm op verhalenplatform Sweek heb geplaatst.

Lui lig ik in bed te luisteren naar het verkeer buiten mijn huis, als ik opeens vreemde geluiden hoor. Ik spits mijn oren: in de verte klinkt het geluid van de gamelan en het zingen van de krekels. Het zijn geluiden uit een andere tijd, een ver verleden. Ze roepen me. Zachtjes doezel ik in slaap en drijf ik weg naar wat ooit was.

Ik word wakker in een andere wereld. Er zijn wel 80 kleuren groen, de lucht is er zwaar en valt als een natte deken over me heen. Etensgeuren en wierook vullen mijn neusgaten en de tropenzon brandt fel op mijn blanke huid. Aan het einde van de drukke straat staat een mooi huis.

Ik loop de veranda op, en zie hem zitten aan een tafel, als een koning op zijn troon. Zwijgend roert hij in zijn kop sterke koffie (‘Kopi tubruk’) en rookt een sigaret. Zijn gesteven witte overhemd steekt kraakhelder af tegen zijn licht gebruinde huid. Ik moet even goed kijken, want ik herken deze jonge, vitale man niet meteen. Hij haalt zijn hand door zijn golvende zwarte haar en knikt naar me. ‘Dat had je niet gedacht, hè?’ zegt hij triomfantelijk.

Ongemakkelijk ga ik naast hem zitten en samen kijken we naar de kleurenpracht in de achtertuin, naar de vogels en vlinders en de waringinboom waarin volgens Indonesische legenden vrouwelijke geesten wonen. De bediende serveert zoete hapjes op een zilveren schaal. Verlegen slaat ze haar ogen neer. Hij wijst de bloemen en planten aan en vertelt me hoe ze heten. Daarna geeft hij me een rondleiding door het huis van zijn jeugd.

Opeens verandert de omgeving. Er zijn Japanse soldaten, hongerige mannen, vrouwen en kinderen. Hun kleding hangt als vodden om hun magere lijven en ze worden geslagen en vernederd. Ze zien mij niet. Ik volg hem als hij in een onbewaakt ogenblik rijst probeert te stelen uit de voorraadruimte. Dan wordt er een deur open gemaakt. Hij verstopt zijn magere lijf in de rijstzak, hij past er ondanks zijn niet geringe lengte helemaal in. We horen de voetstappen dichterbij komen en hij wordt ontdekt. Hardhandig wordt hij aan zijn armen omhoog getrokken.

‘Kijk maar even de andere kant op,’ zegt hij tegen me, als de Jap vloekend en tierend zijn wapen heft. Eén klap. Twee klappen. Drie klappen. Het houdt niet op, maar hij geeft geen krimp. Als het voorbij is krabbelt hij overeind. De kampbewaker schudt zijn hoofd, maar laat hem gaan. Hij wenkt me. ‘Soedah meis.‘ zegt hij. ‘Laat maar. Volgende keer beter.’ Ik sla mijn handen voor mijn ogen en huil, terwijl hij plaats neemt op een matje in een barak, naast tientallen anderen. De nacht is donker en lang.

Dan staan we samen op het perron in zijn geboortestad. Tegenover ons staat zijn moeder, die haar oudste zoon zonder zijn vader heeft zien uitstappen. ‘Hij is er niet meer, moes.’ zegt hij met schorre stem. Ze staart hem aan, haar ogen wijd open, haar mond verwrongen. Er wordt niet gegild of gehuild, want zelfs tranen van verdriet werden destijds niet verspild.  ‘Sterk zijn,’ zegt ze tegen hem. Wat ze eigenlijk bedoelde, was: ‘Zwijg. Sta er boven, voor altijd.’ Hij verloor zijn stem en zijn identiteit. En hij zweeg, tientallen jaren lang, terwijl de stille woede die in zijn binnenste opvlamde hem van binnen verteerde.

Onze koffie is koud geworden en hij wenkt de bediende. Dan zucht hij en maakt een wegwerpgebaar met zijn handen. ‘Het is te laat,’ zegt hij. ‘Voor mij, dan. Voor jou niet. Jij hebt een stem, vergeet dat nooit.’ Ontroerd kijkt hij naar de zonsondergang. ‘Weet je wat het mooiste van alles is?’ mijmert hij. ‘De zon. Die komt gewoon elke dag weer op. Voor iedereen, waar je ook bent.’ Ik trek mijn wenkbrauw op. Hij stoot me plagerig aan en knipoogt. ‘Opa heeft altijd gelijk.’

Ik word weer wakker, dit keer van de wekker op mijn telefoon. Door het kiertje in de gordijnen schijnt de zon naar binnen. Vandaag doet ze extra hard haar best.

NB: Tempo Doeloe betekent ‘de tijd van vroeger’. Men heeft verschillende interpretaties bij deze term, ik bedoel het in dit verhaal als volgt: Tempo Doeloe is de tijd die men niet heeft meegemaakt, maar waarmee de relatie nog niet verbroken is.

Photo by Sam Beasley on Unsplash

Filed under Dochterlief schrijft
Author

Romy (1980) schrijft alles op in 1 van haar 1000 notitieboekjes in de hoop zo ooit een boek te creëren. Ze is gek op series kijken, boeken lezen, hard meezingen met de radio (wel als ze alleen is) en lekker eten.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.