Thuis

Op het fornuis staat een stoofschotel te pruttelen, de afzuigkap loeit alsof hij elk moment kan gaan opstijgen.

De keukentafel is bezaaid met spullen. Er staat een glas sap dat half opgedronken is. Het kinderboek dat al zes weken geleden ingeleverd had moeten worden bij de bibliotheek ligt er halfopen naast, alsof het zelf abrupt is gestopt met verhalen uitspugen. De gereedschapskist van mijn man staat in de uiterste hoek.

Thuis. Links van mij staat het moederdagboeket op een bijzettafel, een klaproos is net bezig zich te openen en pronkt met haar schoonheid. Haar geur ruik ik niet: een mengeling van roomboter, uien en gebraden vlees vult de kamer. Vandaag is mijn kind voor het eerst sinds acht weken weer naar school; de kruimels op de grond en de vuile vaat in de gootsteen laat ik voor wat ze zijn. Ik wilde in pannen roeren en ingrediënten snijden, om vervolgens de geur van de saus zo gretig op te snuiven dat de storm in mijn hoofd er van zou gaan liggen.

Ondanks dat ik weet wat voor gerecht ik aan het maken ben – ik heb het recept uitvoerig met mijn vader aan de telefoon besproken- word ik al overvallen door heimwee zodra de uien beginnen te karmelliseren in het vet. Nostalgie, een gevoel dat me meer dan eens overvalt de laatste tijd. Ik knipper een verdwaalde traan weg. ‘Is het dan toch de leeftijd?’ vraag ik mezelf af, en moet daar vervolgens om lachen.

Even ben ik weer een onhandige puber en sta ik naast mijn vader in de restaurantkeuken, waar ik me enorm belangrijk voel terwijl ik in de grote pannen met saus roer en onder begeleiding aardappelnestjes maak. Iets dat ik mijn gezelschap natuurlijk absoluut niet kan laten merken, want niet cool. Toen al voelde ik dat koken me rustig maakt. Het is praktisch en aards en haalt me uit mijn hoofd.

De keuken ruikt inmiddels ook naar de rode wijn die ik in de pan heb gegooid. Die combinatie van roomboter, gekarameliseerde uien, gebraden vlees, en rode wijn is een geur die ik ergens in mijn onderbewuste heb opgeslagen en meteen associeer met mijn vader. In mijn beleving hangt die geur altijd lichtjes in zijn keuken, misschien ook wel aan hem zelf- en blijf ik het ruiken, ook al is er net uitvoering schoongemaakt en hij zelf schoon gedoucht.

De warme gloed die zich in mijn buik verspreide als ik dit stoofgerecht at, voelde als een inwendige omhelzing. Daarom fantaseer ik al roerend in de pan dat er tijdens die tijd samen in de keuken een diep gewortelde liefde is ontstaan die we uit de lucht plukten en vervolgens als een geheim ingrediënt door de gerechten roerden.

Ik buig me over mijn pan met stoofvlees, snuif de geur op en denk aan thuiskomen, en aan hoe een huis niet automatisch een thuis is omdat er toevallig mensen wonen. In gedachten sla ik de vertrouwde geur als een deken om me heen en ga er stil mee in een hoekje zitten. Daarna sta ik op, denk aan mijn vader, pluk de liefde uit de lucht en strooi het rijkelijk over het gerecht uit.

Photo by 🇸🇮 Janko Ferlič on Unsplash