Ukkies

Hij was de stille jongen op dat terras, onverstoord en kalm. Ik was dat onrustige meisje aan de andere kant van de tafel die uit ongemak vijf kwartier in een uur vol kletste omdat ik niet wist dat stiltes in gezelschap ook fijn konden zijn.

‘Heb je het eigenlijk wel naar je zin?’ beet ik hem uiteindelijk toe. ‘Ja hoor,’ zei hij geamuseerd. Ik kon geen hoogte van hem krijgen. Waar zat hij toch met zijn hoofd?

Niet veel later zou ik me pas realiseren dat hij voornamelijk praat als hij echt iets te zeggen heeft, terwijl ik praat wanneer het kan. Zoals die keer in een veel te volle kroeg, midden in een fout 90’s dansnummer. Hij keek me aan, boog zich naar me toe en zei uit het niets: ‘Nog gecondoleerd met je opa.’

Die had ik niet aan zien komen. Van schrik liet ik bijna mijn drankje vallen, en de tranen sprongen in mijn ogen. We gingen op een rustigere plek zitten, waar we praatten we tot het buiten licht werd en de kroegbaas de laatste ronde inzette. Daar ging hij achter me staan, en is dat tot op de dag van vandaag blijven doen.

Onze eerste vakantie samen was naar Parijs, waar we de reisleiding en de rest van de reisgroep verbijsterd achter lieten toen we besloten om zelf vier dagen lang op verkenningstocht te gaan en het strak geregisseerde programma over te slaan.

Ik zie ons nog grinnikend op een muurtje bij de Seine zitten, terwijl we de bus zagen vertrekken. Het was een kleine rebelse daad en het voelde goed. Wij tegen de rest van de wereld, wars van hoe het hoort. Wij tegen de rest van de wereld: zo heeft het lang gevoeld.

Ukkies, waren we. Amper droog achter de oren, veel te jong voor zo’n serieuze relatie, vonden sommigen. Misschien was dat ook wel zo. Want wat wisten wij nou van het leven? Er zou storm komen, verdriet, en verlies. Dingen die je je niet voor kan stellen als je samen verliefd op een bankje in een Parijse kroeg zit.

Door een relatie met mij aan te gaan kwam er onbedoeld een hoop drama in zijn leven, en dat had ik hem graag bespaard. Een groot deel van de stoelen in het kerkje zou leeg blijven op onze bruiloft. Dat is niet wat je wil op zo’n belangrijke dag.

Ik weet nog hoe hij me de avond van tevoren afzette bij mijn ouders, en ik verdrietig tegen hem zei: ‘Ik heb er op deze manier helemaal geen zin meer in.’ Die nacht deed ik geen oog dicht, maar in het ochtendlicht zag ik mijn trouwjurk hangen aan de kast en werd ik helemaal warm van binnen.

Die dag leek het net alsof alles aan onze kant stond en we gedragen werden. De warme herfstkleuren aan de bomen, de zon die na een week vol regen opeens tevoorschijn kwam, het was allemaal voor ons.

Symbolisch arriveerden we samen bij het kerkje in de voor de gelegenheid beschikbaar gestelde Porsche, opgewacht door een select groepje dierbaren. De zon straalde nog eens extra hard en gaf ons het laatste zetje. Dat is vandaag precies 8 jaar geleden.

We hadden amper levenservaring en deden maar wat. Het was zeker niet altijd rozengeur en maneschijn. Maar we hadden elkaar, en dat was genoeg, totdat onze dochter het plaatje compleet maakte.

Twintig jaar later doen we nog steeds wat we toen deden: we nemen elke dag zoals hij komt en vinden niets vanzelfsprekend. Bovendien weten we nu dat niemand het leven en de liefde echt snapt, zelfs niet als ze volwassen zijn, because life is what happens to you whilst you’re busy making other plans.

Ik hoop dat we altijd die rebelse ukkies van toen zullen blijven, maar dan met wat meer wijsheid, rimpels en grijze haren.

Filed under Dochterlief vertelt
Author

Romy (1980) houdt van schrijven, lekker eten, lezen en mooie plekken. Schrijft momenteel haar eerste kinderboek en bezit honderden notitieboekjes vol met nog meer verhalen. (Maar eerst dit boek maar eens afmaken.)