Wees bevriend met kleine dingen

‘Mama!’ roept ze ongerust van achter een eik. ‘Er ligt hier een wesp en hij is gewond!’
Ik kijk. Het is een hommel, een uitzonderlijk groot exemplaar. Hij ligt op zijn rug en spartelt met zijn pootjes. Hij heeft geen schijn van kans, zijn vleugels zijn beschadigd. Ik pak een takje en draai hem voorzichtig op zijn buik.

Ze kijkt naar me met een ernstige blik. ‘Nu moet hij wegvliegen, toch?’ Ik knik. Ze kijkt hem bijna de lucht in. Op haar knieën zit ze naast het beestje en spoort hem aan. ‘Kom op, hommel! Je kan nu vliegen! Toe dan!’ De hommel blijft zitten. Hij hijgt nog uit van de poging om van zijn rug op zijn buik te draaien.

Er komen vriendjes en vriendinnetjes aangerend. Meteen gaat ze staan en strekt ze haar armen uit. ‘Kom kijken!’ Al snel buigen tien hoofden zich over het beestje. Een jongentje zegt: ‘Bah!’ en maakt zich klaar om het beestje te vertrappen. Ze schreeuwt verontwaardigd. ‘Hommels steken niet! Ze zijn lief en zacht en je mag ze geen pijn doen!’ Hij deinst achteruit en kijkt mij aan om te polsen of ze een grapje maakt. ‘Hommels zijn echt lief,’ zeg ik. Hij haalt zijn vader.

De kring rond de hommel wordt steeds groter. De vader haalt zijn neus op. ‘Zeg maar tegen de juf dat ze het op moet ruimen. Straks worden jullie nog gestoken.’ ‘HOMMELS STEKEN NIET!” klinkt het in koor. ‘ZE ZIJN LIEF!’ kwetteren mijn dochter en enkele meisjes opstandig. De vader druipt af. Het jongentje schudt zijn hoofd: zijn papa begrijpt er echt helemaal niets van. Ik geef hem een knipoog. Mijn dochter kijkt tevreden.

‘Maar hij kan nog steeds niet vliegen, mama. Wat nu?’ Ik overweeg het beestje met een blaadje naar een veiligere plek te loodsen, maar ik zie de gebroken vleugels en het uitblijven van beweging. Eerder had ik bij het aanschouwen van dit beestje vast gezegd dat het maar een hommel was. Had ik gedacht dat wij mensen bovenaan de voedselketen staan en dus superieur zijn. Maar dit tafereel raakt me.

In mijn poëzie-album stond een gedichtje dat me hieraan doet denken en ik denk goed na om me de exacte woorden voor de geest te halen.

‘Wees bevriend met kleine dingen. Met een mooie bloem die bloeit. Met de vogeltjes die zingen, met een vlindertje dat stoeit.’

Ik denk: als je niet bevriend kan zijn met kleine dingen, dan ga je eigenlijk levend dood. Dan wordt elke dag een grijze brij van routine en plichtmatigheden, met neergeslagen ogen om oogcontact met anderen te vermijden, en naar beneden hangende mondhoeken op ontevreden gezichten. Wie verwondert zich nog over wisselende seizoenen, vallende blaadjes of de eerste sneeuwklokjes?

Eigenlijk rennen we met z’n allen maar door, vallen soms om en liggen dan spartelend op onze rug, met de armen en benen uitgeslagen. Wie helpt ons om overeind te komen na een val? Die hommel, dat zijn wij allemaal.

De schoolbel gaat, de lessen gaan beginnen. Ik pak haar hand. ‘Wie past er nu op de hommel, mama?’ Ik kijk naar de vele voeten die gehaast naar de deur lopen. De volwassenen met hun blik op oneindig en hun gedachten bij werk, files, vergaderingen en boodschappen. Niemand kijkt naar beneden, niemand ziet wat er zich vlak voor hun ogen voltrekt.

Ik sla mijn hand beschermend om haar schouder. Als we richting de deur lopen blijft ze gespannen over haar schouder turen en ik weet zeker dat ze in de pauze zal kijken of het beestje nog leeft.

‘Met de heldere regendruppels, met de blijde zonneschijn. Wees bevriend met kleine dingen, en je zult gelukkig zijn.’

Photo by Егор Камелев on Unsplash

Filed under Dochterlief schrijft
Author

Romy (1980) schrijft alles op in 1 van haar 1000 notitieboekjes in de hoop zo ooit een boek te creëren. Ze is gek op series kijken, boeken lezen, hard meezingen met de radio (wel als ze alleen is) en lekker eten.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.