What the he(c)k?

In het begin waren hier nog geen hekken in de achtertuin. Ook schuttingen ontbraken. In de hete zomer van 7 jaar geleden dineerden we daarom ongewenst en ongemakkelijk met alle nieuwe buren van het blok in onze achtertuinen, alsof onze woningen op een kampeerterrein stonden.

De baby in mijn buik was de reden dat er een hek kwam dat op slot kon. Toen het tuinhek er eenmaal was voelde ik me in eerste instantie opgelucht, maar snel begon ik ruimte te missen. Het voelde claustrofobisch. Het veilige tuinhek dat op slot kon irriteerde me opeens. Ik kon niet uitleggen waarom.


‘Hekken maken meer kapot dan je lief hebt’, schoot er als een soort reclameslogan door mijn hoofd terwijl ik keek naar ons tuinhek. Ik droomde van de natuur, zo ver als mijn oog kon reiken. Ruimte. Zuurstof. De wind door mijn haren en de geur van het bos of de zee in mijn neus. Een huisje in het bos misschien, of bij het strand, ooit, als ik later groot zou zijn. Zodat ik op een positieve manier zou kunnen verdwijnen in de wereld om me heen.


Ik wilde voorbij alle hekken in de wereld, maar vooral voorbij het hek dat om mijn hart was gezet. Door mezelf, overigens. Ik wist niet zo goed hoe oud dat hek was, wel dat hij af en toe meegaf en dat de deur niet altijd meer op slot zat. Af en toe, of eigenlijk steeds vaker, glipte er iemand naar binnen. Soms leek het hek amper aanwezig en op andere momenten hoorde ik de deur dichtslaan en in het slot springen. Het was ook zo’n grijs metalen geval als in onze tuin, dus daar kwam misschien mijn weerstand tegen hekken in het algemeen vandaan.


Het hek van de parkeergarage om de hoek van de straat leek vanochtend tijdens mijn ochtendwandeling tegen me te praten en ik besloot te luisteren. ‘Ze zullen wel denken’, dacht ik. ‘Waarom staat die vrouw daar minutenlang aandachtig naar de gesloten deuren en het grote waarschuwingsbord met een bliksemschicht erop te staren?’ Ik kon er mijn ogen niet vanaf houden. Die bliksemschicht leek me wakker te schudden in plaats van af te schrikken. Het hek leek me juist aan te moedigen in plaats van me af te remmen: Let op! Het leven wacht hier om de hoek!


‘Bedankt voor de mededeling, maar ik moet weer terug naar mijn schrijfblok,’ dacht ik, en ik liep hoofdschuddend terug naar huis.


Mijn verwarring werd ondertussen alleen maar groter. Hoe ging ik thuis uitleggen dat ik naar aanleiding van een schrijfopdracht een conversatie was begonnen met een hek? Mogelijk zou er een interventie in gang worden gezet, maar omwille van de stromende creativiteit was ik van plan deze zintuiglijke ervaring met hand en tand te verdedigen.

‘Throw your heart over the fence and the rest will follow.’- Norman Vincent Peale


Hekken werden mijn schrijfthema van de dag en ik pleegde wat onderzoek. Zo kwam ik erachter dat hekken in eerste instantie niet ontworpen zijn om afstand te scheppen. Tot mijn verbazing las ik dat er vroeger juist hekken om burchten en kastelen werden gebouwd om de schoonheid van de gebouwen te benadrukken. Het schepte hoge verwachtingen als je als gast voor zo’n hek stond en dit een buitengewoon verfijnd en gedecoreerd hek was. Want hoe mooi zou het gebouw dat het omhulde dan wel niet zijn?


In een artikel las ik dat hekken juist uitnodigen om ergens binnen te komen. Wees welkom, was de onuitgesproken boodschap. Juist door de extra deur te moeten openen werd er een blijk van vertrouwen aan de gasten gegeven. Het nodigde uit om te komen ontdekken. Iets dat door een hek wordt omgeven zou weleens de mooiste schat ooit kunnen zijn, een avonturenbos of een geheime tuin. In sprookjes komen de personages na het openen van een hek meestal in een andere magische wereld terecht die hun zintuigen wakker schudt en hun blik verruimt.


Ons tuinhek zag er ineens anders uit. Hij blokkeerde niet langer de doorgang naar de rest van de wereld, maar beschermde ons huis en haar bewoners, terwijl het de buitenwereld uitnodigde om onze wereld te betreden. Ik keek met andere ogen naar mijn buren en hun aangrenzende tuinen. Ineens schuilden er achter alle tuinhekken kleine vorstendommen met elk een andere koning of koningin aan het roer. De werelden waar ze over heersen zijn allemaal verschillend maar hebben dezelfde intentie. De sloten die op de hekken zaten bleken symbolisch en de sleutels om ze mee op slot te draaien optioneel. De hekken houden ons niet gevangen of afgescheiden, de hekken houden ons juist bij elkaar.


Hoe zat het dan met dat denkbeeldige hek om mijn hart? Ik keerde naar binnen en zag mijn hart als een rood kloppend Valentijnshart. Langzaam kwam ik dichterbij en zocht ik naar sporen. Het hek was verdwenen. Ik wist echt zeker dat het er was.


‘Pssst,’ zei ons tuinhek toen ik na deze ontdekking in de achtertuin ging staan. Ah, nog een pratend hek. Mogelijk was ik in een boek van Lewis Caroll beland. ‘Wat is er?’ vroeg ik. Het tuinhek kreeg dezelfde grote grijns als de Chesire Cat. ‘Besef je het dan eindelijk? Niet alle hekken zijn nodig of permanent. Soms kan je ze laten verdwijnen door moedig te zijn.’

Photo by Donald Giannatti on Unsplash