Zij en wij

Vroeger kwam ik als kind veel over de vloer bij mijn buren. Hij was van Turkse komaf , zij was Duitse. Samen hadden ze 2 kinderen waar ik graag mee speelde.

In de minderheid

 

Ze hadden het als familie niet makkelijk in onze buurt, want ze waren in de minderheid. Naast deze familie woonde er een blok verderop een ander Turks gezin en natuurlijk mijn familie en ik, van Indische afkomst. De rest van de buurt was blank en op z’n zachtst gezegd niet heel tolerant of sociaal.

Ik vond het gezellig bij mijn buren, met name door hun gastvrijheid en om het warme Turkse brood dat op zondagmiddag door hun zelf werd gemaakt. Mijn buurman was goedlachs en lief voor de buurtkinderen. Als er een kind in de problemen zat, hoe onbenullig dan ook, sprong hij ervoor in de bres. Ik zou ieder kind zulke leuke buren gunnen.

Gek genoeg merkte ik als kind al vrij snel dat afkomst er voor sommige mensen toe doet. Mijn buurjongen werd erom gepest, en niet zo’n beetje ook. Hij belandde regelmatig in opstootjes, deed het slecht op school en verliet de middelbare school zonder diploma. Gesprekken met zijn vader om er boven te staan hielpen niet. Na de middelbare school zag ik hem niet meer.

Dom

 

Als kind met Indische roots ontkwam ik ook niet helemaal aan pesterijen, maar ik was te jong om de reden te snappen. Als ik met neefjes en nichtjes door de buurt liep en we door leeftijdsgenootjes uitgescholden werden op straat, keken we elkaar verbaasd aan en vonden we ze vooral heel erg dom. Toen ik ouder werd ging ik de dialoog aan, maar dat was niet wat de ander wilde. Voor hen was het duidelijk: jullie zijn ‘zij’ en wij zijn ‘wij.’ En wij zijn beter, zo luidde de boodschap.

Ik heb er vanaf mijn puberteit erg voor gewaakt om me niet te laten verleiden tot dergelijke discussies, maar mijn gevoel voor rechtvaardigheid zat me soms behoorlijk in de weg. Ook al was ik trots op mijn afkomst, ik zorgde er altijd voor om verder te kijken dan mijn neus lang is. Verder dan het vertrouwde. Ik had vriendinnen die overal en nergens vandaan kwamen en we waren een bonte, multiculturele vriendinnengroep. Ik leerde veel over andere culturen en normen en waarden en vond zo mijn eigen plekje in het geheel. Voor mij was er geen sprake van wij en zij.

De wereld is nu anders dan toen

 

Twintig jaar later moet ik constateren dat de wereld veranderd is. Het Nederland van nu is niet meer het Nederland zoals het was. Ik zie al een tijdje een tweedeling ontstaan, voel de onvrede op straat. Het is een soort universele achterdocht. Er is weinig oprechte interesse meer in elkaar, er wordt slecht naar elkaar geluisterd. Het multiculturele van toen is tegenwoordig opeens de bron van alle kwaad.

Ik zeg niet dat het vroeger beter was, maar ik kan me herinneren dat er in mijn buurt uiteindelijk wel met elkaar werd gepraat. Niet van harte, maar men moest wel: alle kinderen zaten op dezelfde school en de ouders voelden nog de maatschappelijke druk om zaken op te lossen, ook al zouden ze het over een aantal dingen oneens blijven.

Nu speelt social media een grote rol terwijl wij  met z’n allen vluchtiger leven dan ooit. Werkelijk contact met elkaar wordt steeds minder. Ik ken mijn huidige buren niet of slechts oppervlakkig, ik weet niet wat hen drijft of juist dwars zit. Onze kinderen spelen (vooralsnog) niet met elkaar en we hoeven daardoor ook niet per se het gesprek met elkaar aan te gaan. Ergens voelt dat verkeerd.

Door de huidige ontwikkelingen met Turkije en de verkiezingen voor de deur merk ik dat ik zenuwachtig word. Dat ik behoefte heb aan een oprecht gesprek, zonder een mobiel apparaat er tussen in. Heb ik zelfs een beetje heimwee naar mijn oude buurt, waar er in ieder geval wel contact was, al was het niet bepaald niet altijd positief. Er werd gepraat. Er werd van het hart geen moordkuil gemaakt. Het was duidelijk hoe mensen in het leven stonden.

Tegenwoordig vind ik de scheldpartijen op social media enger. De onverwachtse racistische uitlatingen van een kennis erger. Het niet weten waar je aan toe bent verontrustender. Opeens is het weer ‘wij’ en ‘zij’. Maar wie zijn dan zij en wie zijn wij?

(Doe je al mee met mijn win-actie?)

Filed under Dochterlief vertelt
Author

Romy (1980) schrijft alles op in 1 van haar 1000 notitieboekjes in de hoop zo ooit een boek te creëren. Ze is gek op series kijken, boeken lezen, hard meezingen met de radio (wel als ze alleen is) en lekker eten.

4 Comments

  1. Ik ervaar de tweedeling waarover je schrijft pas de laatste tijd echt zelf, op straat en ook social media. Beangstigend vind ik dat inderdaad. Zelf groeide ik op in een blank gezin, in een buurt waar blanke gezinnen niet in de meerderheid waren. Ik heb als kind nooit een tweedeling ervaren, iedereen speelde met en respecteerde elkaar.

  2. Ik voel ook wel een tweedeling, maar niet zozeer naar afkomst. Meer een tweedeling tussen zij die het leven in eigen hand nemen en zij die andere mensen verantwoordelijk maken voor hun eigen ellende. Die tweede groep zijn zowel PVV’ers als geradicaliseerde moslims. Het is ook fijner om groepen in de te delen in gedrag dan in afkomst, want je gedrag kun je nog veranderen.

  3. Het doet mij ook wat, die tweedeling. Vind het ook ergens wel spannend wat ik over een uurtje in mijn les kan verwachten. Want hoe breng je die uitersten weer bij elkaar?

  4. Ik herken wat je zegt, iig wat de online wereld betreft. Vind het eigenlijk ook onbegrijpelijk dat het allemaal maar mag en kan worden gezegd.. Vrijheid van meningsuiting staat niet gelijk aan recht op ongeoorloofd beledigen. En ik heb ook sterke behoefte aan gewone gesprekken, gewoon samen leven. Geen haat en nijd maar luisteren naar elkaar.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.